De Messias met een Boodschap: ‘Dit kan niet waar zijn’.

In de nabespreking: het boek van Joris Luyendijk – Onder Bankiers, Dit kan niet waar zijn.

jldknwz

Luyendijk, J.
‘Onder Bankiers – Dit kan niet waar zijn’
Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Atlas Contact, 2015
5e druk; 1e druk februari 2015

‘’Daar ging ik, op zoek naar het menselijke gezicht in de financiële sector’’. Met die instelling is het de antropoloog en journalist Joris Luyendijk als geen ander gelukt om het gevaar, de complexiteit en vooral de humaniteit van de financiële sector van binnenuit bloot te leggen. Door de meest kinderlijke vragen te stellen aan ‘insiders’, doet hij een handreiking aan buitenstaanders om een stap dichterbij de werkelijkheid te komen.
‘’Linkse mensen kijken naar bankiers, zoals rechtse mensen naar moslims kijken. Allebei is het een soort verzamelcontainer voor alles wat ze niet bevalt. Maar de bancaire sector moet je vergelijken met een Olympisch dorp. Je hebt boksers, hockeyers, etc. Het valt allemaal onder sport, maar ze doen echt hele andere dingen.’’ Luyendijk verheldert de type personen door zes categorieën te omschrijven. Bovenaan staat ‘de koele kikker’, die volgens Luyendijk het dichtstbij de stereotypering komt van de graaigrage griezel. Alleen is hij verre van eng en enorm vriendelijk. Kortgezegd houdt de koele kikker zich vast aan het feit dat zijn werk ‘gewoon’ legaal is en dat we nu eenmaal in een vrije maatschappij leven waarin iedereen zijn keuzes kan maken. Basta. Hij wordt opgevolgd door ‘de verslaafde’, die compleet is losgezongen van de werkelijkheid en alleen nog denkt in werk en cijfers. De zeepbelbankier is een mildere versie op de voorgaande. Hij leeft in een eigen wereld met enkel en alleen gelijkgestemde op een niveau waarin hij zoveel heeft gewerkt – en verdiend- dat ‘sociaal leven’ niet meer in zijn woordenboek voorkomt. Hij heeft zich daarom ook de excuses eigen gemaakt, dat een soort crisis als in 2008 ‘gewoon’ door te veel lenen is ontstaan. De ‘Master of the Universe’ ziet zichzelf als een winnaar in de absolute top van zijn niche uit de financiële eredivisie en vindt het doodnormaal dat hij daar dan ook naar betaald wordt. ‘De tandenknarsers’ erkennen de problemen in de sector, maar bijten door omdat ze beseffen dat wat zij kunnen nergens anders in de economie – voor een dergelijk salaris – gewaardeerd wordt. ‘De neutralen’ beweren het beroerde van het financiële systeem in te zien, maar zeggen er niets mee te maken te hebben.
Al voor ik het boek gelezen had, weigerde ik de mensen binnen het financiële systeem als grootste zondebokken aan te wijzen. Vrijwel eenieder van ons had zich door de verleidingen en de perverse impulsen in de financiële sector laten meeslepen. Het huidige financiële systeem prikkelt namelijk de donkere kanten, die ieder mens in zicht draagt. Egoïsme, genadeloze competitie en hebzucht. Het deed me denken aan een boek van de Franse schrijver Philippe Claudel, ‘Les Âmes Grises’. Hij beschrijft in deze roman situaties waarin bij mensen de donkere- of de verlichte kant naar boven komt. Met de titel van het boek laat Claudel zien dat wij mensen eigenlijk ‘grijze zielen’ zijn, bij wie de scheidslijn tussen goed en kwaad – de zwarte- en de witte ziel – flinterdun is. In onze wereld wordt steeds meer die donkere kant geprikkeld, op allerlei terreinen. Op kleine schaal zijn er – god zij dank – genoeg voorbeelden die het tegendeel bewijzen, maar er heerst– om het in economische termen uit te drukken – op macroniveau een verdoofd wereldbeeld van cijfertjes, illusies en bekrompenheid. Het financiële eilandenrijk, zoals Luyendijk het noemt, is misschien wel hét symbool van dat machtige paradigma.
Dit boek heeft me gesterkt in mijn overtuiging dat de problemen van de financiële sector systemische van aard zijn. Dit systeem bevat niet slechts enkele rotte appels, maar is zelf in zijn totaliteit extreem verziekt. En het grootste gevaar bij ziekte, is dat de omgeving (buitenstaanders) geneigd is om symptomen te bestrijden. Als de oplossing enkel wordt gezocht in het ontslaan van een CEO, of in strengere regeltjes omtrent flitshandel, bonussen of aandeelhouders, plak je pleisters op een wond, die alsmaar blijft etteren.
Na het lezen van het boek zou je eigenlijk bijna medelijden krijgen met het grootste gedeelte van mensen dat in de financiële sector verstrikt is geraakt. De horizon van de meeste werknemers is letterlijk vijf minuten: elk moment kan de telefoon gaan met het bericht dat je met onmiddellijke ingang ontslagen bent. Het zijn slaven van een machine die aangedreven wordt door angst, competitie en waanbeelden. En ik zou willen bepleiten om ook – net als een eeuw geleden – deze slaven te bevrijden, ten behoeven van hen en van iedereen. Ten bate van een gezonde samenleving.
Voor mij is Luyendijk heel even een soort redder, die het maatschappelijke debat openbreekt met de onthulling van de onaannemelijke waarheden, die zolang gevangen zaten in onbereikbare, hoge, glazen gebouwen. De discussie kan nu in elk geval niet meer zijn of de financiële crisis een systeemcrisis is. Ik heb sterk de hoop dat dit een zoveelste ‘wake-up call’ is, waardoor het bewustzijn doordringt in de samenleving dat we met fundamentele systeemcrises te maken hebben. Voor wie (nog) niet gelooft dat we in 2008 op enkele millimeters verwijderd waren van een totale implosie van het huidige, mondiale kapitalistische systeem met onvoorstelbare, chaotische oorlogstaferelen tot gevolg: lees ‘Dit kan niet waar zijn’ of bekijk de aflevering van VPRO Boeken of Tegenlicht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *