Decadentie ’66

D66 op ramkoers

Wij waren ongerust. Over de politieke situatie in ons land. Over de verwarring en de ondoorzichtigheid. Over de taal en de invloed van de kiezers. Over de ontoereikendheid van de verouderde politieke spelregels. Over de onbeweeglijkheid en de verstarring van het partijenstelsel. Over altijd maar weer dat gezeur en hetzelfde geharrewar in regering en tweede kamer. We wilden er zo graag wat aan doen… maar we wisten niet hoe.

Met die woorden van Hans van Mierlo werd de geboorte van D66 verkondigd. Hij voorzag als geen ander dat de politiek gefundeerd op de vier traditionele zuilen – katholieken, protestanten, socialisten en liberalen – op klappen stond. Met de ‘ontploffingstheorie’, waarbij de gevestigde verzuilde partijen CDA (eerst KVP – christenen), PvdA (eerst SDAP – socialisten) en de VVD (liberalen) ideologisch dienden te imploderen, poogde Van Mierlo met D66 de noodzakelijke staatsrechtelijke hervormingen aan te dragen om ‘structurele leegte’ na de ontzuiling te voorkomen. Vandaar dat D66 tot niet zo lang geleden trots de bijnaam Partij van de Staatsrechtelijke Vernieuwing droeg. De implosie werd nog even uitgesteld door een periode van ongekende – weliswaar op schuld gefinancierde – welvaart in het Westen, omdat de klassieke regeringspartijen zich over het

Van Mierlo als ‘rising star in Dutch Politics’

algemeen nog samen konden vinden in een neo-liberaal wereldbeeld waarbij de vrije markt met haar onzichtbare hand als summum bonum geldt. Maar nu met de financieel-economische crisis in 2008 ook aan dit casinokapitalistische sprookje een einde lijkt te zijn gekomen, is de structurele leegte die Van Mierlo voorspelde dan eindelijk daar: kiezers zweven, ideologische debatten hebben plaatsgemaakt voor technocratische schijnvertoningen en de klassieke partijen voelen zich ‘bedreigd’ door het populisme. Of zoals Van Mierlo in een dubbelinterview met Pechtold aan Vrij Nederland zelf zei: ”kiezers doen maar wat, die pakken elke trein die voorbij komt en er een beetje leuk uitziet. Dat wordt bij elke verkiezing steeds duidelijker.”
Ik ben een groot bewonderaar van Van Mierlo en vond D66 in die gedachte ook altijd een beschaafde, degelijke en te respecteren politieke partij met Pechtold als een vertrouwelijk, scherp debatterend en aimabel gezicht. Zo’n heerlijk nuchtere Hollandsche middenpartij met sociaalliberale uitgangspunten, die eigenlijk uit elke standpuntengrabbelton wel met iets komt aanzetten waar je het eigenlijk moeilijk mee oneens kan zijn. Tot ik er achter kwam dat deze partij zich nauwelijks meer door de basisprincipes van Van Mierlo en cohorten laat leiden, maar zelfs als oppositiepartij verworden is tot een kritiekloze spreekbuis van de regerende politiek-economische orde. Want nu, een jaar na het vijftigjarige jubileum van deze partij, is D66 misschien wel hét iconische voorbeeld in de Nederlandse partijenjungle dat van idealen-gedreven politiek weinig meer over is. De bevestiging kreeg ik van de fractievoorzitter zelf, bij een interviewprogramma op de Universiteit van Amsterdam genaamd Room for Discussion. Licht gespannen en onervaren vroeg ik Pechtold daar (vanaf minuut 50:45) of hij het niet met me eens is dat, misschien in het streven naar in het kabinet te willen zitten, de ideologische veren van een partij die democraten in de naam heeft staan wel heel gemakkelijk worden afgeschud. Hij kijkt kort naar boven. Permitteert zich even te denken. En antwoordt dan oprecht en onbevangen als de persoon Alexander Pechtold: ”ik ben het voor een deel met je eens.” Hij bewapent zich vervolgens weer eloquent en gehavend met zijn verbale schild, waarmee hij zich zo vaak tegen de media en druk van buitenaf moet verdedigen, en nuanceert zijn eigen antwoord als de politicus Pechtold. Nu behoort politiek wat mij betreft niet te worden gepersonifieerd. Dat wil zeggen dat de politicus zelf wel belangrijk is, maar ondergeschikt zou moeten zijn aan zijn of haar verhaal en vooral aan dat wat hij of zij in de praktijk doet. Maar in het geval van D66 is Pechtold wel zeer illustratief voor de decadentie (lees: morele verval) die deze partij ondergaat.

Woord en daad

Zo valt het bijvoorbeeld niet te rijmen dat hét gezicht van de Democraten in 2012 op de mysterieuze Bilderbergconferentie opduikt zonder enige democratisch gelegitimeerde verantwoording af te leggen en dat hij zich bovendien leent voor gesponsorde jetset-tripjes naar Oekraïne om zich in het comfort van de private weelde door een zakenman te laten overtuigen van een zeer omstreden associatieverdrag. In het eerste geval schreef journalist Bas Paternotte in 2012 al heel scherp dat Pechtold bij uitstek de man zou moeten zijn die op zijn minst een deel van de geheimen van De Bilderbergertjes openbaar en publiekelijk zou moeten maken. Immers worden die jaarlijkse reisjes via onze belastingcenten door het rijk gefinancierd zonder dat we daar iets zinnigs, zoals bijvoorbeeld openheid, voor terug krijgen. Kort voor Pechtold’s vertrek had D66-kamerlid Schouw nog hoog van de toren geblazen door een basisprincipe van de partij van de daken te schreeuwen: ‘’zonder transparantie, geen democratie!’’. Slechte timing, want ook van Pechtold kwam geen verslag. En D66 blijft zich anno 2017 met mooie woorden – groen gemarkeerd in het screenshot – inzetten voor open en toegankelijk bestuur, zonder er zelfs als oppositiepartij consequent naar te handelen als het er echt op aankomt.

 

In het tweede geval bezochten Verhoeven en Pechtold samen Oekraïne zonder daar volledig open – en dus controleerbaar – in te zijn. Waar D66 normaal elk pepermuntje meteen in het geschenkenregister vermeldt, waren ze nu veel te laat omdat ze “tijd nodig hadden” om te berekenen wat zo’n door zakenman Lavooij gesponsorde vliegrit kost. Ja, dâhâg. Dikke lul drie bier, heet dat in fatsoenlijk Nederlands. Pechtold nam het bij Goedemorgen Nederland namelijk niet zo nauw met de waarheid en vertelde dat alles zelf gefinancierd was. Prof. dr. Kaptein 1 spreekt tegen Quote over deze financiële giften als ”grote integriteitsschending vanuit het landsbelang, omdat er sprake is van de schijn van belangenverstrengeling en machtsmisbruik”.  Ik ben er van overtuigd dat van de laatste twee allebei sprake is, want deze vooraanstaande heren van D66 laten zich beïnvloeden door de business van een handjevol zakenlieden in plaats van dat ze hun standpunten laten afhangen van wat goed is voor hun eigen achterban. Het is namelijk niet zo moeilijk om te zien dat de belangen van Lavooij schril afsteken bij de belangen van de ‘gewone burger’ waar D66 zo vaak zegt voor op te komen. Het vermogen van deze handelaar wordt door Quote op €16 miljoen geschat en is verdeeld onder ten minste vijf belangenverenigingen of bedrijven, waarvan eentje dus in de Oekraïne: koffiefabriek Galca Ltd.. Dat bedrijf loopt inkomsten mis als het associatieverdrag er niet komt. Lavooij betaalde hun etentjes, plande de dagactiviteiten en zat ook aan tafel bij de gesprekken tussen president Poroshenko en de D66’ers. Van volksvertegenwoordigers die hun werk pretenderen te doen op basisprincipes van de democratie, verwacht je simpelweg niet dat zij gemakzucht, bedrijfslobby en belangen van het grootkapitaal boven de principes van de partij en het landsbelang verkiezen. Pechtold verklaarde, terwijl hij kiezers aanspoorde het verdrag te lezen, bovendien doodleuk voor de camera dat hijzelf het verdrag niet eens gelezen had, maar dat het hem wel een goed idee leek. Filosoof Ab Gietelink noemde dat in De Volkskrant terecht een ”gotspe voor de democratie”. Met zulke uitspraken moet je je als politicus opeens in moeilijke bochten wringen en ga je jezelf automatisch tegenspreken. Dit gedrag van politici voedt wantrouwen in roerige tijden.

En de groeten uit… Oekraïne! Van links naar rechts: Kees Verhoeven (D66-kamerlid), Alexander Pechtold (D66-fractieleider), man onbekend, Frans Lavooij (zakenmeneer)

Het grote probleem met D66 is dat de meest prominente figuren in de partij zo ontzettend aardig, beschaafd en kundig zijn 2 , maar het tegelijkertijd niet voor elkaar weten te krijgen om op cruciale momenten hun principes te laten leiden en de prachtige theorie in daden om te zetten. Sterker nog: als je als D66-raadslid in de Gemeente Haarlem als enige van de coalitie je rug recht houdt bij een integriteitsschandaal, dan belt Pechtold hoogst persoonlijk op om je uit de partij te laten zetten en zo imagoschade van de partij en zijn eventuele premierschap te voorkomen. Deze dappere en trouwe volgeling van de basisprincipes van D66 verdient het om geprezen te worden: Louise van Zetten is de naam. Politicologica maakte er een meer dan uitmuntende reconstructie over. Vijf andere voorbeelden om D66-paradoxen te illustreren.

Donorwet

Het nieuwe wetsvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra moet een oplossing bieden voor de lange wachtlijsten van mensen die nieuwe organen nodig hebben – een groot, zeer serieus te nemen en soms levensbedreigend probleem in de medische wereld. Met de nieuwe wet is nu elk individu automatisch donor tenzij het anders aangeeft, in plaats van andersom. Het klinkt sympathiek en onschuldig, maar deze wet is in feite een schijnoplossing en bovendien potentieel gevaarlijk voor de rechtsbescherming. Een schijnoplossing omdat je dit principe op zo’n beetje alle problemen in de samenleving kan toepassen: tekort aan vuilnismannen? Vanaf morgen is iedereen vuilnisman, tenzij je anders aangeeft! De reden waarom dit principe niet zomaar toepasbaar is, is omdat onze voorgaande generaties dat god zij dank hebben laten opnemen in de liberale principes van onze grondwet. Hoogleraar rechtsfilosofie aan de VU Britta van Beers legt uit dat dit D66-voorstel indruist tegen Artikel 11 van de Grondwet, de onaantastbaarheid van het lichaam. Deze lichamelijke integriteit beschermt je als individu grondwettelijk tegen ongewenste inmenging van derden op jouw lichaam en ligt daarmee mede aan de basis van onze individuele vrijheden en verantwoordelijkheden. Het argument dat je nog steeds vrij bent om ‘nee’ te zeggen, verandert dus niets aan de schade aan dat grondbeginsel. Bovendien heeft het voorstel zoveel boze reacties opgewekt, dat zich onmiddellijk duizenden mensen hebben afgemeld om donor te worden. Een averechts effect dus. Om toch met een oplossing te komen voor het donorprobleem, stelt een scherpzinnige Arjen Lubach voor om de keuze van burgers om wel of geen donor te worden te forceren. Hij laat zien dat in de Amerikaanse staat Illinois, bijvoorbeeld, mensen verplicht worden om bij het ophalen van hun rijbewijs de keuze te maken. Zo is er geen grondrecht geschaad en schep je tevens een hoop duidelijkheid over het aantal beschikbare donoren in de samenleving. Maar om als uitgangspunt te nemen dat, tenzij je anders beslist, je organen in eerste instantie van de staat en niet van jou zijn, is niet alleen antiliberaal maar ook een ridicule vrijheidsbeperking.

Europa en de Euro

D66 is de meest fanatieke Nederlandse partij in het najagen van de droom van een Verenigde Staten van Europa. Dat is hun goed recht. Het is niet mijn droom, maar er valt zeker een goede dialoog over te voeren. Maar als een deel van een bezorgde bevolking uitgerekend een democratisch instrument, het burgerinitiatief, gebruikt om aan haar volksvertegenwoordigers een parlementaire enquête naar de invoering van de euro te vragen, is D66 weer even kwijt waarom het hier op aarde is. Een onderzoek. Niet over in of out de Eurozone. Geen Nexit. Gewoon een onderzoek. Naar wat er mis is gegaan, om te leren van fundamentele fouten die er bij de optuiging van de eenheidsmunt zijn gemaakt. Want dat die zijn gemaakt, staat als een paal boven water. Als je de experts niet gelooft, kan je het altijd nog aan oud-premier Lubbers, die bij de onderhandelingen zat, zelf vragen, zoals de documentaire De Slag om Europa deed. Voor, tegen of kritisch ten opzichte van de euro: er is vrijwel geen goede reden denkbaar om alleen al een onderzoek ernaar te weigeren. Alleen al om de ernst, bezorgdheid of woede van een deel van de bevolking serieus te nemen. Als inhoudelijke argumenten onvindbaar zijn, gaat men over op de vorm. Dat is precies wat D66-kamerlid Wouter Koolmees deed. Hij bladderde in zijn rede over gevaren als Trump, Poetin en China met een noodzaak tot Europese samenwerking en het najagen van de welbekende D66-droom. Allemaal prima, meneer Koolmees, maar daar ging het debat dus niet over. Blijkbaar snapt D66 niet dat de invoering van de euro niet alleen een economische beslissing, maar voorál een politieke en zeer experimentele beslissing met hoge risico’s is geweest. Maar als het om de EU en al haar uitwassen gaat, is D66 quasi-religieus geworden. Met de verworpen constitutie 3 als Bijbel in de hand en onder leiding van de ongekozen Priesters van de Europese Commissie moet en zal Europa een politieke eenheid worden met Brussel als Goddelijk commandocenter. Het doel heiligt alle middelen en eenieder die zich er niet in kan vinden moet wel dom, blind of naïef zijn.

Oorlog

Als er iets kwalijk is, is het wel dat D66 niet lijkt te willen leren van het verleden door zowel in te stemmen met bombardementen op de Islamitische Staat als gevechtsmissies naar Syrië. Als je oorlog als eerste redmiddel in plaats van het laatste aangrijpt om Islamitisch fundamentalisme uit de wereld te helpen, moet je niet quasi-verbaasd gaan doen over de onhoudbaarheid van de situatie en het grote aantal vluchtelingen dat vervolgens bij ons op de poorten klopt. Dit geldt trouwens voor alle 122 kamerleden, die de gevechtsmissie naar Syrië steunden. D66 lijkt doof te zijn geworden voor de schande die Van Mierlo sprak van de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlogen in Irak en Afghanistan, die grotendeels onder valse voorwendselen zijn gevoerd. Hij wond zich op 78-jarige leeftijd nog steeds op over de wijze waarop Nederland betrokken was bij ”iets gruwelijks als de aanvalsoorlog op Irak (…) en het feit dat iets dergelijks een misdaad is als je niet onomstotelijk de onvermijdelijkheid ervan kunt aantonen.” En de onvermijdelijkheid van de oorlog tegen IS én Syrië is niet onomstotelijk aangetoond. Zijn grootste verontrusting heeft betrekking op het feit dat dit grondbeginsel als onderhandelbaar element wordt gebruikt, terwijl het juist niet behoort tot de onderhandelbare dingen. Zoals ook de scheiding der machten als grondbeginsel van ons democratisch stelsel nooit mag behoren tot de onderhandelbare dingen. De executieve macht, de regering, en de controle op die macht, het parlement, bevinden zich volgens Van Mierlo in een dodelijke omhelzing. ”Wij springen zo luchthartig om met de basisprincipes van onze democratie, dat het echt angstwekkig wordt.” D66 stemde als prominente oppositiepartij volgens het Montesqieu Instituut negen van de tien keer met de regerende partijen mee. Dat was nou net Van Mierlo’s grote zorg: de waakhond van de uitvoerende macht is, verblind door de macht, schoothond geworden.

Onderwijspartij

Hier kan ik kort over zijn. Trouw schrijft over het stokpaardje van D66 en haalt de woorden van Pechtold aan: ”Alles begint bij onderwijs, onderwijs, onderwijs”. Maar je kan jezelf als onderwijspartij niet op de borst kloppen en ondertussen ongedwongen meewerken aan de afschaffing van de basisbeurs voor studenten. Ja, maar er gaat toch… Nee, niks ‘ja maar’. Hans de Geus stelt in Follow the Money bovendien vraagtekens bij de focus van “Desillusie66” op hoger onderwijs en waarschuwt voor zogenaamde “diploma-inflatie”. Er zijn door de bocht genomen vast en zeker goede argumenten aan te brengen om het financieringsstelsel voor scholieren op de schop te nemen, maar een ”onderwijspartij” als D66 hoort met de meest radicale en prominente voorstellen te komen voor educatie in de breedste zin van het woord.

Referenda

Toen het andere inmiddels verjaarde stokpaardje van D66, de directe democratie, op 6 april 2016 in de vorm van een referendum een feestje gaf, kwam de partij in de spagaat terecht. Ik heb eerder laten zien hoe D66 in haar huidige verkiezingsprogramma de referendumwet vervloekt die de partij zelf mede heeft vormgegeven. Waarschijnlijk omdat het referendum over Europa ging of omdat de uitslag tegenviel. Eindresultaat: D66 stemt gewoon in met het associatieverdrag met Oekraïne en doet daarmee geen recht aan haar eigen belofte om de uitslag te respecteren.

Tot slot zegt D66 te “willen verbinden in tijden van populisme” en strijdt de partij altijd verbaal fel tegen de PVV met de beschuldigingen van populistische retoriek. Maar tegelijkertijd bedient D66 zich van eenzelfde soort populistische retoriek als Wilders, alleen dan slimmer en niet beledigend. Als populistische retoriek betekent dat er naar de gevoelens en gedachten van de bevolking wordt toegepraat ten einde zelf meer macht te vergaren, dan doet D66 daar gierend aan mee. De oude rebelse speerpunten met betrekking tot staatsrechtelijke vernieuwing en democratische hervormingen hebben plaats gemaakt voor een holle en goedkope slogan: ”Goede zorg, goed onderwijs en goed werk”. Dát zijn anno 2017 de drie speerpunten van D66. Are you kidding me? Daar is natuurlijk niemand het mee oneens. Dit is waarschijnlijk wat Rutger Bregman bedoelde met zijn stelling dat D66 symbool is gaan staan voor het einde van de democratie, want juist deze partij zou een feilloze visie naar de Nederlandse kiezer moeten formuleren over de democratische uitdagingen van dit moment.

Kies je kortom voor D66, dan kies je voor veilig. Voor simpel, omdat je bij de koffieautomaat op je werk niet veel hoeft uit te leggen. Voor het gematigde en kleurloze midden, omdat je je nauwelijks meer hoeft te verantwoorden voor basisprincipes van de democratie. Voor verandering in de marge. Of gewoon, omdat de D66’er zo sympathiek overkomt. D66 meet instrumenten van de democratie stelselmatig met twee maten en worstelt heimelijk met haar eigen basisidealen. Zolang uitgerekend deze partij niet onderkent dat de democratie op verscheidene terreinen fundamenteel gevaar loopt en ze daar geen radicale, gedurfde en uitgedokterde visie naar de Nederlandse kiezer als speerpunt wenst uit te spreken, vormt deze partij een gevaar voor haar eigen fundament. Het voordeel van deze partij, echter, is dat de oude idealen en principes alleen maar afgestoft hoeven te worden. Ze liggen gewoon in het archief…!

Een Appèl uit 1966

 

Notes:

  1. Op zich wel hilarisch dat deze hoogleraar naast zijn baan voor de Rotterdamse Erasmusuniversiteit ook betaald wordt door Forensic Accounting van KPMG, één van de ‘Big Four‘ in de consultancy industrie – over dubbele petten gesproken. Quote zet het er in ieder geval netjes bij, dat lijkt me het belangrijkst: openheid en transparantie.
  2. Zo heb ik van professionele en vriendelijke, maar ietwat stoffige professoren Paul Schnabel en Alexander Rinnooy Kan, die tevens in de eerste kamer D66 vertegenwoordigen, les gehad. Ik ben bovendien meermaals naar discussiefora met onder andere Pechtold, Bas Eickhout (Europees Parlementariër) en Jan Terlouw (voormalig D66-politicus) geweest.
  3. Verdrag van Lissabon, dat er ongevraagd – zonder referendum – kwam als vervanging van de door Frankrijk en Nederland weggestemde Europese Grondwet in 2005

2 Comments

  • Lieuwe says:

    Chapeau Vin! Zeer verhelderend en eloquent geschreven stuk. Het heeft mij als hierboven vermaarde zwevende kiezer weer een stukje verder geholpen in mijn beslissing.

  • Vincent van Dalen says:

    Ben blij om dat te horen, Lieuw!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *