Down Under

Reisverslag 6: Wombats, kangoeroes en andere dieren die je niet iedere maandag tegen komt.

‘Ozzie’ is een geweldig land. Laten we daar maar eens mee beginnen. Al op Melbourne AirPort – ‘s werelds meest vriendelijke luchthaven (voor zover een luchthaven vriendelijk kan zijn) – kregen we een portie Australische hartelijkheid op ons bord. Oprecht geïnteresseerde vliegveld-medewerkers en vriendelijke douane  maken het voor iedereen leuker door behulpzaam te zijn en niet chagrijnig naar je paspoort te kijken, wanneer je vermoeid uit het vliegtuig stapt. Erg leuk was het om na een paar maanden Oscar (zie reisverslag 3) weer te zien. We waren uitgenodigd om bij hem te slapen en hebben de dag erna ons busje opgehaald. We zijn vervolgens westwaarts van Melbourne de ‘Great Ocean Road’ opgegaan en hebben daarna de kust-route gevolgd tot aan Brisbane in het (noord-)oosten. We hebben mogen genieten van de weidsheid der overweldigende Australische natuur en op prachtige bos- en strandcampings kunnen slapen, waar zo’n beetje alle wilde dieren die je zou willen zien wel rondhuppelen. Tijdens ons avontuur meer Duitsers gezien dan je op een gemiddelde zomerse zondag in Bergen aan Zee of Schoorl zou tegenkomen. Niks mis mee verder, want het is over het algemeen zeer leuk reisgezelschap.
Dankzij ‘Camps6’, een ware bijbel voor reizigers in Oz, hadden we een mooi overzicht en konden we uit de zee van mogelijkheden telkens een mooie accommodatie vissen. En het feit dat we voor geen enkele accommodatie hoefden te betalen, droeg bij aan de blindheid van liefde voor het land.
We kwamen weer in de keiharde realiteit toen ons mobiele huis er vlak voor Sydney opeens mee ophield. Met geen mogelijkheid was onze trouwe rakker nog in een versnelling te brengen: de koppeling bleek naar de filistijnen. Echter was er geen beter moment voor pech, want we werden binnen afzienbare tijd keurig door een pick-up truck over de tolweg -die wij wegens kosten altijd vermijden – naar de garage in Sydney gereden. Benzine bespaard, parkeergeld bespaard en tolgeld bespaard. En drie keer het woord besparen in één zin is voor een budgetreiziger wat een sigaar en een glas whisky voor ma Flodder is: een zege.
Met een gerepareerde auto (lang leve de verzekering!) gingen we verder naar de Blue Mountains, ten westen van Sydney. En jawel, daar zaten Marjolein, Marianne en m’n vader ook. Stomtoevallig natuurlijk. En niet alleen hadden zij hun goede gezelschap in de aanbieding, maar stond er ook een warme douche op ons te wachten. En dat is lekker hoor, als je zo lang niet hebt gedoucht dat je niet eens meer weet hoe je het woord moet spellen. Na twee nachten scheidden onze wegen, al was het maar voor een week. We reden helaas regelrecht het slechte weer in, maar hadden gelukkig een beter gevoel voor timing toen we een paar dagen later op een zonnige herfstavond aan de prachtige kust van Morree Beach de verjaardag van een veertiger mochten mee vieren. ‘Kom er gezellig bij’, ‘neem nog een biertje’ en ‘er zijn genoeg hapjes hè’: dat is een beetje hoe het er in Australië buiten de grote steden aan toe gaat.
We hebben in Byron Bay nog anderhalve dag kunnen surfen en zijn daarna naar Marjolein in Brisbane gereden. Daar troffen we een vreemde man in het zwembad aan (bleek m’n vader te zijn) en even later kwamen de dames aan met de boodschappen voor het Paas-weekend op Stradbroke Island. Na een zonnig weekend in een prachtig appartement aan de kust van ‘Straddy’ zijn we in de hoofdstad van de staat Queensland bij Marjolein verder verwend. Fijn om weer even een ‘thuis’ te hebben met een bank een bed, een keuken, enzovoort. Vervolgens een binnenlandse vlucht naar Sydney gepakt, waar Pam ons nog even gezellig om de hals sprong. Na een afgrijselijk slechte nacht op het vliegveld van Sydney, zijn we vertraagd in Christchurch aangekomen. Door de vertraging te laat om ons campertje op te halen en dus de eerste nacht in een hostel moeten slapen. Niet erg, want het is koud (lees: variërend van -5 tot 18 graden Celsius) hier op het zuidereiland. Raar als je bedenkt dat we een paar dagen geleden nog in Brisbane in het zwembad lagen te dobberen en nu je handschoenen tevoorschijn tovert en moet voorkomen dat je bananen bevriezen. Maar het moet gezegd worden: qua landschap overtreft Nieuw Zeeland nu al alle vorige landen!

Hasta la pasta!

Bram en Vin