Een ander geluid

Mother Earth Art

Toen de Partij voor de Dieren (PvdD) op 29 oktober 2016 in het Amsterdamse Vondelpark haar verkiezingsprogramma lanceerde, pikte het overgrote deel van de media de volgende punten eruit: ”Partij voor de Dieren wil af van dierentuinenkopte de metro. “Partij voor de Dieren wil van dierentuinen en prikkeldraad afaldus de NOS. “Partij voor de Dieren wil ban op dierentuinen en -winkelskopte het Algemeen Dagblad (AD).  NRC berichtte ”Alle dierentuinen sluiten, zegt dierenpartij” en Noord-Hollandnieuws kwam al meteen met een peiling of je het daar mee eens bent. Het rondpapagaaien van korte headlines is niet alleen iconisch voor hoe de mainstream journalistiek werkt, maar het sloeg in dit geval ook nog eens volledig de plank mis. Het staat namelijk al geruim tien jaar in het partijprogramma dat de PvdD dieren als vermaak voor mensen niet ondersteunt en daarom van dierentuinen opvangcentra wil maken om ze op termijn af te schaffen. Het is dus simpelweg géén nieuws. Daar komt nog eens bij dat het in de presentatie van het verkiezingsprogramma precies 0 (=nul, nada, noppes) keer ging over dit standpunt.

Presentatie verkiezingsprogramma Plan B

Integendeel, alles was er – net als aan tafel bij Buitenhof – op gericht om mensen uit te nodigen verder te kijken dan de partijnaam lang is. Het nieuwe verkiezingsprogramma heet Plan B en vormt daarmee een blauwdruk voor de rigoureuze hervorming van ons economische systeem. De enige krant die daar accuraat verslag van deed is de Volkskrant, die het verkiezingsprogramma langs de meetlat van verbeelding, originaliteit en politieke haalbaarheid legde. Het positieve nieuws is dat ik om me heen steeds meer merk dat mensen door die volslagen bekrompen berichtgeving heen prikken en de PvdD steeds meer zijn gaan waarderen als bredere partij dan alleen voor dieren. Waar de partij aan het begin werd weggelachen als onrealistisch welvaartsverschijnsel of radicale anti-mensenpartij, wordt ze anno 2017 ook op andere thema’s dan dieren, natuur en milieu door een steeds groter wordende groep in de media en politiek serieus genomen. Maar zolang invloedrijke media op onterechte wijze schijnheilige of kortzichtige berichtgeving blijven verspreiden, voel ik me geroepen om een tegengeluid te geven en m’n verantwoording af te leggen waarom ik Partij voor de Dieren stem.

Antropocentrische groei- en schuldverslaving

Ik kan eindeloos breien en punniken over thematische overeenkomsten of cijfermatige verschillen met andere partijen, maar je kan zelf wel een verkiezingsprogramma lezen, video’s of behaalde successen bekijken, de ruim 550 standpunten doornemen of een audiotour doen door het interactieve verkiezingsprogramma ‘The Big Picture‘. Wat mij betreft zijn er twee cruciale punten waarmee de PvdD zich fundamenteel van andere partijen onderscheidt.
Allereerst werkt deze partij vanuit een eco-centrisch startpunt, in plaats van een antropocentrische of mens-centrale visie. Dat wil zeggen dat de PvdD in haar denken en handelen de planeet aarde met al haar bewoners – mens en dier – centraal stelt, in plaats van alleen de mens. De mens beschouwt zichzelf vanuit haar Christelijk-religieuze wortels als centrum van de planeet en meent haar belangen – voornamelijk geld – superieur te stellen aan alles wat het leven op deze aarde de moeite waard maakt. Het is deze arrogantie van de (westerse) mens die aan de kaak wordt gesteld. Bedenk dat veel oude beschavingen, van de Grieken tot aan de Romeinen, zichzelf als middelpunt van de wereld beschouwden. Later werd dat paradigma door de ontdekkingsreizen en de wetenschap ingehaald. De PvdD ziet niet alleen in dat wij mensen een onterechte positie hebben ingenomen ten opzichte van andere soorten en onze omgeving, maar ook dat we in feite ons eigen graf graven met het uitputten van onze eigen leefomgeving. Op deze planeet valt straks simpelweg niet (meer) te leven als we deze koers vasthouden. Of zoals een oude wijsheid van de Indianen ons vertelt:

Als alle regenwouden zijn gekapt, alle dieren zijn bejaagd en alle wateren zijn vervuild, dan pas zal men beseffen dat men geld niet kan eten.

Het is kort gezegd de hoogste tijd om dieren en ecologie in het politiek-economische beschavingsdenken en -handelen van de 21e eeuw te integreren. Niet alleen uit morele overwegingen, maar ook in het belang van het voortbestaan van ónze soort op deze planeet. Want wie de planeet aarde denkt te moeten redden, geeft niet alleen blijk vastgeroest te zitten in het antropocentrische paradigma, maar vergist zich ook kostelijk in de krachten der natuur. Het is de toekomst van huidige en aankomende generaties aardbewoners die op het spel staat, de planeet zelf redt zich wel en laat desnoods diersoorten uitsterven.
Punt twee. Als enige van alle partijen ziet de PvdD het blind najagen van economische groei niet als oplossing, maar als probleem en drukt deze partij bovendien schuld niet alleen in monetaire waarden (geld) uit, maar ook in ecologische tekorten. Focussen op begrotingstekorten van 3% kan wat mij betreft pas serieus genomen worden als je als partij ook onderkent dat er een ecologisch tekort is van minstens 30%. Earth Overshoot Day valt namelijk ieder jaar eerder: in 1983 nog in december, vorig jaar op 8 augustus. Het is de dag waarop wij als mensheid ons budget aan natuurlijke hulp- en grondstoffen voor de rest van het jaar overschrijden. Al in 1968, een jaar voordat hij doodgeschoten zou worden, gaf de Amerikaanse politicus Robert Kennedy in zijn speech aan waarom de focus op economische groei – uitgedrukt in bbp – tekort schiet.

Het bruto binnenlands product [bbp] meet luchtvervuiling, reclame voor sigaretten en de ambulances die onze 
snelwegen van bloedvergieten weren. Het omvat de speciaal gemaakte sloten voor onze deuren en de gevangenissen voor de mensen die ze proberen open te breken. Het bruto binnenlands product telt de vernietiging van bossen en het verlies van natuurlijk schoon in haar chaotische weidsheid. Het rekent napalm, nucleaire wapens en bewapende voertuigen voor de politie die vechten tegen relschoppers in onze steden. Het rekent de verheerlijking van geweld op televisie, om onze kinderen speelgoed te laten kopen. Echter, het bruto binnenlands product houdt geen rekening met de gezondheid van onze kinderen, de kwaliteit van hun onderwijs of het plezier in hun spel. Het vergeet de schoonheid van onze poëzie of de kracht van onze huwelijken. Het rekent noch de intelligentie van ons publieke debat noch de integriteit van onze ambtenaren. Het meet onze gevatheid noch onze moed, onze wijsheid noch ons educatieve vermogen, onze compassie noch onze toewijding aan ons land. Het meet kortom alles, behalve dat wat het leven de moeite waard maakt.

Op verzoek van de Franse regering schreef Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz samen met invloedrijke economen Sen en Fitoussi een rapport over de noodzaak om voorbij het bbp te kijken en andere maatstaven te gebruiken om de progressie en vooruitgang van een land te meten. En dat is wat de PvdD poogt te implementeren in de politiek. Of zoals Thieme in een interview in het AD te kennen gaf: “we weten van alles de prijs, maar van niets de waarde“. Maar als Esther Ouwehand een motie over de illusie van Groene Groei indient, is er letterlijk geen enkele partij die meestemt.

De PvdD trekt de discussie op het gebied van dieren, natuur en milieu voorbij traditionele scheidslijnen. Het gaat bij duurzaamheid, milieuproblematiek of georganiseerde dierenmishandeling in de bio-industrie al lang niet meer over of je links, rechts, atheïst of religieus bent. Vrijwel alle politieke partijen denken en handelen kort gezegd vanuit dezelfde vergelijkbare uitgangspositie die sterk wortelt in een neo-liberaal wereldbeeld: (economische) groei is goed, schuld is financieel van aard en de mens is het centrum van de wereld. Daarmee staan ze allemaal als het ware op hetzelfde fundament en wijken ze slechts van elkaar af door veranderingen in de marge: SP wil het wat eerlijker, PVV wat chauvinistischer, GroenLinks wat groener, de SGP wat christelijker, PvdA wat socialer, VVD wat ‘normaler’, D66 wat progressiever en CDA wat fatsoenlijker. Niet voor niets stelde socioloog Willem Schinkel dat alle partijen – met de PvdD als uitzondering – min of meer een variant van D66 zijn geworden en vond hoogleraar geschiedenis van bestuur en politiek Dirk Jan Wolffram dat tijdens het Carrédebat “alleen de enige vrouw, Marianne Thieme, poogde met ijzeren volharding  haar partijprogramma over het voetlicht te krijgen.” Bijna niemand die het waagt om met oplossingen te komen voor een nieuwe fundering van ons economische systeem. Behalve de Partij voor de Dieren.

Verloren stem?

Waarom op zo’n kleine partij stemmen, die nemen toch geen verantwoordelijkheid? Dat is toch een verloren stem? Die hoor ik vaker. Rob Wijnberg verwoordde het in zijn twijfels om voor GroenLinks of PvdD te stemmen heel treffend:

Ikzelf kies dit jaar voor het laatste [PvdD], omdat ik de functie van een activistische uitdager van de status quo van harte steun. Dat die status quo uitdaging verdient, blijkt wel uit het feit dat klimaatverandering en duurzame energie nagenoeg niet ter sprake zijn gekomen tijdens deze verkiezingen. (…) Ik stem dus op een outsider, buiten het centrum van de macht, die in die rol beetje bij beetje de definitie van wat politiek acceptabel is op kan rekken. Ik stem op groene compromisloosheid, zodat het duurzame pragmatisme mainstream wordt.

Natuurlijk, regeringspartijen hebben meer schijnwerpers op zich gericht en er is altijd wel iemand in de klaagsamenleving te vinden die het met huidig beleid niet eens is. Maar verantwoordelijkheid nemen bestaat niet alleen maar uit je handen vuil maken door mee te onderhandelen en je idealen te verdunnen. Macht heeft constructieve oppositie nodig om de democratie te vitaliseren en de scheiding der machten, tussen controlerende en uitvoerende macht, overeind en scherp te houden. Wijnberg geeft precies de taak aan die de PvdD al jaren in de Tweede Kamer op zich neemt: als agendasetter is zij de activistische uitdager van de status quo. De PvdD heeft namelijk geen instrumentele, maar een expressieve manier van politiek voeren. Dat wil zeggen dat de partij alleen bereid is te onderhandelen op gemeenschappelijke idealen of standpunten zonder aan uitruil-politiek te doen. Er zijn vier principiële hoekstenen waar al het beleid aan getoetst wordt: persoonlijke vrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid en mededogen. Dat levert niet alleen een zeer handige manier van werken, maar ook een standvastige en betrouwbare lijn voor kiezers op. De aanjaagfunctie van de partij wordt niet alleen steeds breder inzichtelijk vanuit de media, zoals in een dubbelinterview met Trouw, maar wordt ook in toenemende mate door wetenschappers, zoals Paul Schnabel van het Sociaal Planbureau voor de Leefomgeving (SPL), erkend. De Universiteit Leiden onderzocht de aanjaagfunctie zelfs wetenschappelijk. Resultaat: het werkt. Er kwam niet alleen interne en externe druk op partijen om standpunten over nieuwe thema’s te formuleren, maar voornamelijk progressieve partijen gingen ook in hun stemgedrag harder lopen voor dieren, natuur en milieu. Neem als voorbeeld de klimaatwet, waar PvdA en GroenLinks mee in de krant pronken. Een gelijksoortige motie is twee jaar geleden door de PvdD al voorgesteld maar toen stemde PvdA tegen. Andere partijen stemmen eerst tegen groene of progressieve voorstellen en nemen ze later over om de kranten er mee te halen. Helemaal geen probleem: de PvdD doet maar al te graag aan actieve concurrentiebevordering!

Die naam…

Voor veel mensen, die weliswaar ver in het gedachtegoed mee kunnen komen, is de partijnaam dé grote hobbel om erop te stemmen. Ik vind het niet raar maar wel tekenend dat juist deze partij zich in vrijwel alle media moet verantwoorden voor haar naam. Terwijl ik juist zou zeggen dat Groen niet alleen een Links thema is, dat de Partij voor de Vrijheid maatregelen voor staat die juist de vrijheid van mensen inperken en dat de Partij van de Arbeid zich ook niet beperkt tot alleen werk. Hoe dan ook hebben mensen die vraagtekens, ongemak of wrevel voelen bij de naam Partij voor de Dieren recht op uitleg.

De naam van deze partij moet je zien als een herdefiniëring van het woord beschaving. Niets meer, niets minder. Beschaving begint bij het vermogen om verder te kunnen en willen kijken dan je eigen belangen – en dus ook de belangen van jouw eigen soort. De geweldloze vrijheidsstrijder Gandhi verwoordde dat in een grijpende zin: ‘De mate van beschaving van een land is te meten aan hoe het land met dieren omgaat’. De manier waarop wij als mensen dieren behandelen is niet alleen een van de grootste morele blinde vlekken van onze tijd, maar ook een regelrechte bedreiging voor het bestaan van onze eigen soort op deze planeet. Afnemende biodiversiteit bemoeilijkt landbouw, en ontbossing en klimaatverandering zijn onherroepelijk verbonden aan de intensieve veehouderij – om maar iets te noemen. De boodschap gaat allerminst om dieren gelijk te stellen aan mensen of om het eten van vlees te verbieden. Het dierenrijk wordt ook niet geromantiseerd, maar als onderdeel van hetzelfde ecologische en aardse systeem beschouwd waarin wij als mensen leven.
Zijn er bij de PvdD dan alleen maar saaie sojasukkels die door alle afbraak heen geen levensvreugde meer zien? Nee hoor, opkomen voor wat kwetsbaar is gaat prima samen met het verlangen om van de schoonheid der aarde te genieten. Het lijkt me  bovendien juist een optimistisch gegeven dat deze activistische politici door alle hoongelach en spot hun rechtvaardigheidsstrijd niet opgeven.

Ik kies in elk geval voor een partij die consistente en fundamentele kritiek levert op zowel de traditionele politieke partijen als op het huidige politieke systeem. Voor een partij die maatschappelijke debatten openbreekt, de samenleving probeert wakker te schudden en voortdurend op alternatieven wijst. Voor een partij die joden en hindoestanen, linkse cultuursnuivers en rechtse geldwolven, socialisme en liberalisme verenigt. Voor een partij die traditionele tegenstellingen overstijgt en het algemeen belang boven deelbelangen verkiest. Voor een partij die vasthoudt aan haar principes en idealen.

Wat je verder moet weten over de Partij voor de Dieren:

  • De partij is eurokritisch en gelooft in samenwerking tussen soevereine lidstaten in plaats van een federaal Verenigde Staten van Europa. Kritiek ten opzichte van de (ondemocratische) Europese Unie of de (splijtende) Euro wordt door veel mensen vaak verward met anti-Europeanisme of egoïstisch patriottisme. Dat is een hardnekkig misverstand. Het is de (h)erkenning dat het Europese project niet langer over vrede, maar over macht gaat.
  • De partij wil geen studieschuld, maar studiebeurs. De studiefinanciering, die door VVD, PvdA, GroenLinks en D66 is afgeschaft, moet terug om gelijke kansen in het onderwijs te garanderen.
  • De PvdD is voorstander om, bijvoorbeeld door de oprichting van een Nationaal Zorgfonds, de macht van de zorgverzekeraars in te perken en het geld in de zorg beter te besteden. Verzuip je in ieder geval niet elk jaar rond de kerst in eindeloze reclameslogans van zorg-consultants.
  • De PvdD komt met D66, CU, PvdA, SP en GL het beste uit de bus bij de Orde van Advocaten. De commissie beoordeelde in een rapport dat deze verkiezingsprogramma’s niet in strijd zijn met de rechtsstaat en dus burgers beschermt tegen machtsmisbruik van de overheid.
  • De partij liet haar verkiezingsprogramma principieel niet doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB). Ewald Engelen legt uit waarom en correspondent Jesse Frederik vertelt je waarom de doorrekeningen misleidend zijn.
  • De partij wil de bio-industrie afschaffen. Een Duitse filosoof, David Precht, legt in de grootste Duitse talkshow uit waarom deze Massentierhaltung aan meerdere wereldproblemen, zoals ondervoeding en armoede, kleeft.
  • De partij wil banken opsplitsen in nutsbanken en zakenbanken en is voorstander van een groene investeringsbank, naar onder andere een idee van ex-bankier Herman Wijffels.
  • Marianne Thieme vergelijkt in Voetbal International de scheve machtsverhoudingen tussen supporters en het grote geld van de sponsoren in de voetballerij met de bankenwereld.
  • PvdD komt het beste uit de bus bij de privacy-waakhond, Privacy Barometer. Dat ziet Motherboard ook.
  • Samen met de ChristenUnie scoort de PvdD het hoogst als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • De partij is volgens Groene Generatie koploper als het gaat om duurzaamheid in het onderwijs.
  • De partij wil verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen, zodat diensten goedkoper worden en vervuilende producten duurder. Naar een idee van Ex-tax moet dit ook een regionaal-georienteerde maak- en hersteleconomie stimuleren.
  • De partij is kartrekker als het gaat om weerstand tegen zogenaamde vrijhandelsverdragen als TTIP en CETA. Noam Chomsky legt in een video uit waarom het vrijwel niets met handel te maken heeft.
  • De partij is niet gediend van belastingontwijking door het grootbedrijf en het belastingparadijs of doorsluishaven die Nederland heet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *