Fins Lapland

Welkom in Fins Lapland

Terwijl een fascinerende Peter Frankopan ons in een Tegenlicht-aflevering poogt uit te leggen dat het tijdperk van de Westerse dominantie (bijna) ten einde is en politici in Nederland in aanloop naar de verkiezingen over elkaar heen duikelen, ben ik net terug van een reis naar een gedeelte van de wereld waar ze zich zo min mogelijk van alle idioterie en hysterische nieuwsberichten aantrekken. Mijn tocht via Helsinki naar het Finse gedeelte van Lapland was koud (lees: -32 graden Celsius), binnen de lijntjes (lees: strak georganiseerd) en bij vlagen magisch (lees: natuur). Een reisverslag.

Foto: Uitzicht over Helsinki vanuit de toren van Hotel Torni

Met een stralende zon die in de verse Finse sneeuw weerkaatst, land ik met drie studiegenoten uit Lund op Helsinki airport. Maar zelfs in dit prachtige weer bekruipt me in de treinrit naar het centraal station het idee dat dit niet helemaal mijn stad is. Dat voel je soms gewoon. Hoe dat kan? Platte daken. Te veel. Daar krijg ik kriebels van. Tenzij er dakterrassen of tuinen op liggen, maar daar is het in Finland gewoon te koud voor. De desinteresse waarmee ontwerpers de Finse hoofdstad klakkeloos hebben gebombardeerd met rechthoekige, vierkante en platgeslagen gebouwen getuigt van fantasieloos functionalisme. Het moest waarschijnlijk ‘handig’ zijn. De architect die daar duidelijk maling aan had is de Duitse Carl Ludvig Engel, die als een van de weinigen een bezielde stempel op de stad drukte en onder andere een schitterende Lutherse kathedraal liet optuigen.

Foto (hoge ISO-waarde): Lutherse Kathedraal – hoogstandje van architect Carl Ludvig Engel

Daar komt bij dat het Fins, samen met bijvoorbeeld het Hongaars, van een totaal andere taalfamilie, de Finoegrische talen, afstamt en daarmee onnavolgbaar is. Dat frustreert en distantieert me. Mijn verbijstering over de lengte der woorden, overvloed aan klinkers en onlogische klanken won het van mijn leergierigheid. Na drie keer bij de steward op de heenvlucht te hebben nagevraagd wat ‘dankjewel’ in het Fins is, heb ik het ook maar meteen bij dat woord gelaten en de rest van de reis op alles maar ‘kiitos’ geantwoord. Dan krijg je wel altijd verraste en glimlachende gezichten terug. Want onaardige Finnen heb ik niet gespot. Wel chagrijnig banjerend door de sneeuwstorm op de tweede dag, maar geef ze eens ongelijk. Is het dan een straf om in Helsinki te zijn? Nee, allerminst en onze timing was perfect. Want precies honderd jaar geleden wisten de Finnen gebruik te maken van de revolutionaire chaos in de Sovjet-Unie en zich volledig onafhankelijk te verklaren. Om de zoveel meter wappert de Finse vlag om je er aan te herinneren dat de Zweden en Russen hier niet meer de baas zijn. Op slechts vijftien minuten varen ligt het mini-eilandje Suomenlinna waar gebruikte oorlogsmaterie en de verdedigingslinie tegenwoordig als open lucht museum dienen en tegelijkertijd waarschuwend spreken: laat ons Finnen met rust! Maar helemaal geïsoleerd zijn ze niet, want Finland kwam in 1995 bij de Europese Unie en besloot als enige van de Noord-Europese landen de eurozone te betreden. De enige landen die een referendum hielden over de euro, Denemarken en Zweden, zeiden allebei ‘nee’. Toch een bewijs dat de bevolking middels referenda soms zeer verstandige beslissingen kan nemen. Want dat was het natuurlijk. Finland komt immers in tegenstelling tot de Scandinavische landen zeer moeizaam uit de crisis en dat heeft zonder twijfel voor een aanzienlijk deel te maken met de beperkte monetaire bewegingsvrijheid, ook al zullen veel politici dat waarschijnlijk ontkennen. Hoe dan ook konden wij voor tien Finse euro’s schaatsen huren en in hartje Helsinki tussen vreugdevolle Finnen over het ijs strompelen.

Foto: Het spoor van de veerboot die het forteiland Suomenlinna met de haven van Helsinki verbindt

Waar ook wel eens ijs ligt, is in het plaatsje Saariselkä op 67 graden noorderbreedte. Het Erasmus Student Network (ESN) had een bus klaar staan die ons er heen bracht. Maar niet voordat we even langs het hoofdkantoor van Santa Claus in Rovaniemi zouden rijden natuurlijk. Meer dan een financiële exploitatie van een vercommercialiseerde traditie was het echter niet. Je kon voor een luttele 65 euro met de Kerstman op de foto. Toegegeven: daar krijg je dan wel een USB stick en een ‘Certificate of Happiness’ bij. Snel door naar een ijskasteel. De makers van deze ijssculpturen bouwen elk jaar tegen de versmelting in een kasteel uit bevroren water. Op dezelfde eenvoudige maar professionele wijze waarop onze bouwvakkers huizen metselen.

Foto: Koude ijssculpturen winnen van het warme kaarslicht in een Fins ijskasteel

In Saariselkä aangekomen, kon je vanuit een blokhut met houtkachel en sauna als uitgangsbasis dagelijks aan verschillende activiteiten meedoen. Ik had bij het pinnen m’n ogen dichtgedaan en alle activiteiten aangekruist. You only live once. Spijt heb ik zelden en is een veel te groot woord, maar ik had twee dingen beter niet kunnen doen. Dat begon de volgende dag meteen met Husky-sleeën en weer een dag later met een Rendierentocht. Hysterisch en quasi-agressief blaffende honden, niet ver van aan staal geketende Rendieren, bieden me het voortschrijdend inzicht dat ik voor dit soort activiteiten in de toekomst beter kan passen. Ik kwam na de Huskytocht in gesprek met een immer lachende stagiair uit India, die na zijn studie International Business in Helsinki er voor heeft gekozen om natuurgids te willen worden. Hij vertelde me dat de Huskies speciaal worden gefokt voor de toeristenattractie en dat de meeste pups na acht maanden al voor de slee gespannen kunnen worden. Dat houden ze dan gemiddeld zo’n negen jaar vol en wat er daarna met ze gebeurt hangt volgens hem van de situatie af. Ze worden afgemaakt of verkocht. Ze leven, ook in de zomer, vaak in kennels, gescheiden van elkaar. Sommigen mogen bij elkaar in het hok, als de situatie aangeeft dat ze elkaar uit verveling of gevangenschap niet zullen aanvallen of doden. Maar los rond het erf lopen, ho maar. Toch hebben deze honden het nog goed in vergelijking met hun vierhoevige collega’s. Want de huskies lijken in tegenstelling tot de rendieren nog enigszins te kunnen genieten van een rondje voor een beladen slee uit hollen. Rendieren met én zonder gewei kijken je de hele rit ongeïnteresseerd aan en als ze je de huid vol konden schelden hadden ze dat zeker gedaan. Terecht ook. Het krankzinnige in de Laplandse samenleving is dat ook ieder ‘wilde’ rendier een eigenaar heeft, voornamelijk afkomstig uit een Sami-geslacht. Deze groep geldt nog als de enige door Europa erkende inheemse bevolking en wil over het algemeen niets met toeristen te maken hebben. In plaats daarvan leven ze als nomaden of in stammen en pogen ze met hun eigen tradities en gewoonten hun bestaansvorm in stand te houden. Een van die tradities is het cadeau geven van een rendier aan hun pasgeboren kroost. En dat is geen misselijk presentje, want een rendier koop je voor tussen de 15.000 en 20.000 euro. Als Sami-kinderen volwassen zijn staan ze voor een van de moeilijkste keuzes van hun leven. Behoud je je geschenk en kies je vol overgave voor een bestaan als rendierboer of verkoop je het dier om naar de grote stad te vertrekken en misschien wel voorgoed gescheiden van je familie te leven. Eén ding is zeker: aan een Sami vragen hoeveel rendieren hij of zij bezit, is alsof ik aan jou vraag hoeveel geld je op de bank hebt staan. Niet doen dus.

Foto: Huskies krijgen bevroren kip te eten

Het leven volgens Sami-opvattingen wordt voor deze bevolkingsgroep echter steeds lastiger. Een Finse overheid en uitdijende industrie die de toeristensector koste wat het kost lijkt te willen uitbreiden voor korte-termijn economisch gewin, verdrukt het leefgebied van deze mensen. Vooral de Sami, maar ook de Finnen zijn zich tegelijkertijd echter zeer bewust van de noodzaak om in hun levensstijl enigszins de harmonie te vinden met hun natuurlijke omgeving. De Indiase beroepsavonturier in spé leerde me een vuistregel: alleen in het uiterste noodgeval waarbij er geen dood hout te vinden is, mag je als natuurgids een boom omzagen om het vuur op te stoken. Hij moet om zijn diploma te kunnen halen namelijk als eindexamen elf dagen met veertien andere studenten de wildernis in. Je slaapt bij temperaturen tot wel 35 graden onder nul in half open Finse tipi’s. Uiteraard heb je uitstekende kwaliteit (slaap-)spullen bij je en als je niet op een beetje efficiënte wijze een vuurtje kan stoken ben je bij voorbaat al gezakt. Mocht je het tussentijds niet redden, is er altijd wel een sneeuwscooter in de buurt om je op te halen. Moet je wel hopen dat je onderweg niet onder een bevroren meer duikt, want er gaan ieder jaar zo’n vijf mensen dood omdat ze met snelheden tot wel 200 kilometer per uur in een wak rijden. Darwinisme doet ook hier zijn werk.
Het rijden op een sneeuwscooter midden in de nacht heb ik ook gedaan, weliswaar begrensd tot 30 à 40 km/uur. De reden van begrenzen? Ook dan crashen mensen tegen bomen aan, zoals bij ons in de groep gebeurde. Dat doet verder geen pijn, hoor. Ja, in je portemonnee. Dat wordt dan 900 euro alsjeblieft, zei de baas na afloop tegen de student terwijl hij naar het getekende contract wees. Au…! Als je echt aan (financieel) pijnloze en hartverwarmende activiteiten in Lapland wil deelnemen, kies dan voor snowshoe-adventure of cross-country skiing. In het laatste geval krijg je het vooral warm door uitbrekend zweet, in het eerste geval door de pracht en stilte van de natuur. Met cross-country skiing maak je bewegingen die er op tv altijd heel dom uitzien – de Finnen zijn er dol op en langlaufen je lachend voorbij. 6,5 kilometer nordic walking op plastic latten is definitief vermoeiender dan ik dacht, maar je hebt in elk geval het idee dat je leeft. Met snowshoe-adventure bindt je simpelweg twee sneeuwschoenen onder je boots en bewandel je je eigen pad over meters diepe sneeuw tussen eindeloos veel naaldbomen door. Wel blijven opletten en niet onder de boom stil blijven staan, anders is de gids zo leuk om tegen de stam aan te trappen en je binnen enkele seconden te transformeren tot weerloze sneeuwpop. Wel gelachen, hoor!

Foto: De blokhut wordt langzaam verlicht

Een na laatste dag, de wekker om 05:45 uur en de temperatuur naar een dieptepunt van -32 graden. Een lange busreis bracht ons over een half bewaakte Noors-Finse grens, die er met haar stalen balken vooral voor rendieren blijkt te zijn. Want het kilometerslange ijzeren hek kunnen mensen ook zonder nagelschaar nog openbreken. Eindbestemming was het Noorse vissersplaatsje Bugøynes met haar 200 inwoners, waar je tot zestig jaar geleden alleen nog maar per boot naar toe kon. Bij aankomst hield de 73-jarige Elsa een vlammend betoog door de microfoon van de bus over waarom haar leven hier zo prachtig is. Toen ze er achter kwam dat haar wereld, met haar werk als leraar in het dorp, veel te klein was, besloot ze de wereld naar haar toe te halen en een sauna met een galerij op te zetten in de hoop met kleinschalig toerisme, kunst en cultuur haar eigen leven en dat van de community te verrijken. En dat is gelukt. Ze kreeg er nog vorig jaar als dank een certificaat voor van de lokale gemeenschap. Nog geen tien minuten later renden een kleine zestig studenten van de sauna de Arctische zee in en terug. Dat dit gedeelte van de Barentszzee überhaupt niet bevriest komt door een warme golfstroom vanuit Mexico, het hoge zoutgehalte en de sterke getijdewisseling. Het zijn ook de voornaamste redenen dat het klimaat er relatief aangenaam is en het überhaupt leefbaar blijft. De inwoners van dit dorpje vormen een bijzonder micro-samenleving dat het liefst haar problemen zelf oplost. Geen politiebureau, nergens voor nodig. Het huis hoeft niet op slot, Elsa draait gewoon haar bordje om: ”ik ben niet thuis”. De trotse kok van het enige restaurant vertelt hoe sterk de sociale controle is en hoe dat soms negatieve maar voornamelijk positieve aspecten heeft. Als de brieven bij het lokale postkantoor zich opstapelen, wordt er even een kijkje genomen of alles wel goed met je gaat. En problemen binnen en buiten het gezin worden vaak in het kloppende hart van deze community opgelost: de sauna. De redenering van de chefkok is dat je in je blote kont niets te verbergen en te verliezen hebt en de gierende bloedcirculatie door de extreme temperatuurwisselingen zijn volgens hem ideale omgevingsfactoren om een openhartig en eerlijk gesprek te voeren. Hij vindt het belangrijk om, voordat hij ons zijn uitmuntende vissoep serveert, over de cultuur en gewoonten van hem en zijn dorpsgenoten te vertellen. Hij overtuigt ons van de noodzaak naar het weer en de natuur te ‘luisteren’, omdat wij mensen de neiging hebben om te denken dat wij alles onder controle kunnen hebben. Dus als de autoriteiten op een stormachtige dag via de radio waarschuwen om niet naar buiten te gaan, raadt deze man iedereen aan stevige en warme kleren aan te trekken en je juist wel in de storm te begeven. Alleen al om te ervaren dat je als klein individu niet bent opgewassen tegen de klappen van de wind, het bulderen van de zee of het gedonder van de hemel. Nadat hij ons heeft aangeraden om vooral met elkaar te praten en het wifi-wachtwoord alleen in het uiterste geval te gebruiken, waarschuwt hij vol passie: verse vis moet naar de zee ruiken, niet naar de hel! Eet smakelijk.

Foto: Het Noorse gehucht, Bugøynes

Onze jonge Fins-Russische gids Dima herinnert ons aan zijn eerste gesprek met deze dorpsbewoners, waarin hij vroeg wat ze in vredesnaam de hele dag doen. Het antwoord luidde: we vissen en hebben seks. Vervolgvraag: en als er in de winter weinig te vissen valt? Dan hebben we alleen seks. Toch weer leuk voor het beeld van zo’n gemeenschap. Dima vertelt op de terugweg enthousiast nog wat meer verhalen over wilde dieren en zijn verplichte dienst in het leger. Met betrekking tot het laatste heb je in Finland drie opties: 6, 9 of 12 maanden in het leger dienen, civiele dienst voor een jaar of een half jaar gevangenisstraf. Waarom zo’n 90% van de jonge Finse heren voor militaire dienst kiest? Om te voorkomen dat je toekomstige Finse schoonvader je het huis uittrapt als je bij de eerste ontmoeting moet toegeven dat je ziekenhuizen hebt lopen stofzuigen in plaats van bewapend door de modder hebt gerold. Over wilde dieren gesproken: je hebt in theorie kans om beren, wolven en veelvraten tegen te komen. Van dat laatste dier, in het Engels wolverine, had ik zelf nog nooit gehoord en dus moest de vertaalmachine er aan te pas komen. Maar Dima verzekerde ons dat je ze niet wil tegenkomen. Waar vrijwel alle dieren louter doden uit zelfbescherming of honger, behoort de veelvraat samen met de menselijke soort tot een uitzondering: ze doden namelijk ook voor de gein. Ook als veelvraten net gegeten hebben en niet worden bedreigd jagen ze graag de Laplandse beestjes op. Toch is het niet helemaal zonder functie. Als meneer of mevrouw wolverine net heeft gegeten, verblind of verzwakt hij bijvoorbeeld graag een prooi om het vervolgens in het woud ergens te bewaren voor als hij later weer honger krijgt. Hij legt, in menselijk jargon, gewoon alvast wat vlees in de vriezer.

Foto (van medestudent): Aurora Borealis

Maar de meeste aandacht ging deze trip naar een magisch bewegende groene golf in de atmosfeer, de Aurora Borealis die op onvoorspelbare wijze tevoorschijn komt en dansend weer in het niets verdwijnt. De meest simpele verklaring voor dit natuurlijke wonder zijn de aardse poolkrachten die op magnetische wijze aan zogenaamde sun bursts trekken. Heel even vergeet je dat je ballen eraf gevroren zijn. En dat allemaal dankzij het Noorderlicht.

3 Comments

  • wouter Drewes says:

    Ik reed vanavond in de auto naar huis en dacht ik moet Vincent even mailen dat ik een vervolgverhaal hoop te krijgen. Prachtig hoe je deze ervaringen beschrijft. Als verhalenverteller wordt ik er helemaal warm van en ook koud door de levendige beschrijving van het Hoge Noorden. Bedankt Vincent

  • Vincent van Dalen says:

    Dank Wout, erg leuk om te horen!

  • Abramo says:

    Simpel gezegd jaloers, Vinnie!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *