Forum voor Democratie

Een Hollandsche Meester, Govert Flinck, in de Hermitage van Sint-Petersburg

Deze nieuwe politieke beweging doet wat het eerst beloofd had nooit te zullen doen: de politiek ingaan. Het is veelzeggend: er is bij de anti-politici Thierry Baudet en Theo Hiddema klaarblijkelijk zoveel frustratie en onbegrip over het huidige politieke bestel, dat ze er zelfs het door hun vervloekte politieke ambt voor willen bekleden. Waar hebben we dat ook alweer eerder gezien? Velen zien Baudet als een zelfingenomen, brallerige en quasi-intellectuele kwal die meer in zichzelf geïnteresseerd is dan in de maatschappij en haar uitdagingen. Ik zie iets anders. Wat je ook van zijn uiterlijke vertoningen of karakter vindt, deze jonge vent is zeer bevlogen, heeft een heldere visie met concreet te maken idealen en is alles behalve dom. Zijn magnetische passie schijnt dermate aantrekkelijk te zijn dat hij binnen no-time Forum voor Democratie omvormde tot politieke partij en zelfs de eigenzinnige strafpleiter Theo Hiddema tot de politieke professie heeft weten te verleiden. Er is teveel om op te noemen als het gaat om standpunten waar ik inhoudelijk diametraal tegenover deze club sta. Toch ga ik hier in op drie gemene delers waar Forum voor Democratie en ik elkaar moeiteloos vinden.

Noodzaak tot democratische vernieuwingen

Te beginnen met het speerpunt van de partij: democratische vernieuwing om “het Partijkartel” te bestrijden. Met het Partijkartel doelt Baudet, net als Hans van Mierlo vijftig jaar geleden, op de gevestigde partijen die decennia lang de dienst uitmaken en met een ondoorzichtige baantjescarroussel de status quo overeind pogen te houden. Het enige verschil met toen is dat D66 zich inmiddels bij de ander drie – CDA, PvdA en VVD – heeft aangesloten. Hoe erg Forum voor Democratie als het om dit thema gaat op het D66 van toen lijkt, blijkt wel uit het feit dat ze de oude standpunten van de voormalige Democraten grotendeels hebben afgestoft. Directe democratie door middel van gekozen burgermeesters in alle Nederlandse gemeenten en periodieke referenda over grote, cruciale thema’s. In Buitenhof licht Baudet toe waarom die vernieuwingen noodzakelijk zijn voor de representativiteit van ons politieke stelsel.

Op zichzelf klopt het natuurlijk dat coalities noodzakelijk zijn in een parlementair stelsel. Alleen wat je natuurlijk niet wil is dat die coalities, in een soort uitruil, de redenen waarom mensen op de VVD of juist op de PvdA hebben gestemd tegen elkaar wegstrepen. Dan krijg je een beleid met datgene waar uiteindelijk níemand voor gestemd heeft en dat dreigt nu weer te gebeuren. (…) Er moet dus op een bepaalde manier een zekerheidsventiel worden ingebouwd in dit systeem, waardoor de mate waar politici hiermee kunnen wegkomen wordt ingeperkt.

Hij ziet periodieke referenda naar Zwitsers model als enige en dus meest ideale instrument om de wensen van de meerderheid van de bevolking te toetsen aan die van de vertegenwoordigers en uitvoerders in Den Haag of Brussel. Of Nederlanders op een referendumcultuur zitten te wachten, is natuurlijk maar de vraag. Het is aantrekkelijk maar ook te gemakkelijk om je met Zwitserland te vergelijken. Deze Alpenkluis heeft een veel geslotener en conservatiever karakter dan de open en overzeese handelsblik van Nederland. De referendumcultuur maakt de democratie in Zwitserland weliswaar relatief sterk, maar nog veel trager dan de coalitiepolitiek in Nederland, omdat je voor elke scheet die je buurman laat naar de stembus kan. Hoe dan ook vind ik het allerbelangrijkste dat Forum voor Democratie een voorstel tot democratische vernieuwing doet dat wel degelijk bij een aanzienlijk deel van de bevolking leeft. Daarmee doet de partij niet alleen een handreiking naar burgers die ontevreden zijn over hun zeggenschap in de samenleving, maar wakkert ze ook de discussie aan met betrekking tot hervorming van ons politieke bestel.

Existentiële crisis van het Westen

Weliswaar grotendeels vanuit een andere invalshoek zie ik net als Baudet dat de Westerse beschaving in een fundamentele en existentiële crisis verkeert. Ik leg zelf vaak de nadruk op hoe nationale of regionale tradities en culturen worden verstikt in het mondiaal uitdijend Amerikanisme, en hoe destructief en disrespectvol het buitenlandbeleid van westerse machten is op niet-westerse samenlevingen. Denk bij de eerste aan multinationale ondernemingen in bijvoorbeeld de voedselindustrie – volgens Huffington Post ook een kartel – die het Midden en Kleinbedrijf (MKB) verdringen en op grote schaal weigeren belasting aan de staatskassen te betalen. Denk bij het tweede aan de onrechtmatige oorlogen in de Arabische wereld van na 9/11 waar Nederland mede voor verantwoordelijk is. Maar ik ben het net zo hard eens met Baudet als hij spreekt over de noodzaak tot een wedergeboorte en herbelevenis van onze nationale, Europese en Westerse geschiedenis. Niet om te ontpoppen in blind en onverwoestbaar nationalisme, maar om te leren waar wij als samenleving vandaan komen en om ons blijvend te laten herinneren aan de normen en waarden waar op ons continent zo veel bloed voor vergoten is. Belangrijke en vrijgevochten waarden zijn inmiddels zó vanzelfsprekend geworden dat ons besef ervan langzamerhand afbrokkelt.

Baudet is weliswaar te weinig kritisch over de destructieve elementen uit onze geschiedenis, maar zijn schreeuw om het gedachtegoed van Spinoza en Erasmus te doen ontsluiten of muziek, kunst en cultuur breder uit te dragen in het Nederlandse onderwijs en media lijkt mij meer dan wenselijk. Op het Nederlandse Instituut in Sint-Petersburg gaven drie Russische twintigers, die aan de Russische universiteit Nederlands studeren, een presentatie over Nederland in verbazingwekkend goed Nederlands. Toen ze van een volle zaal Nederlandse studenten de vraag kregen waarom ze in hemelsnaam een nutteloze taal en cultuur zijn gaan studeren, antwoordden ze onbevlekt en onbevangen: ze waren geïnteresseerd in onze Oude Meesters en vonden de klanken in de Nederlandse taal zo bijzonder. Deze anekdote snijdt aan een ander belangrijk punt waar deze partij zich hard voor maakt: een constructieve en open band met Rusland op basis van wat ons verbindt. Het spelen van de Poetinkaart wordt vaak door zwakke Nederlandse politici gebruikt om een vijandsbeeld te creëren ten einde het eigen volk te verbinden, maar is volkomen onnodig en onwenselijk.

Europa en de Euro

Thierry Baudet was samen met journalisten Arno Wellens en Jort Kelder grondlegger van het burgerinitiatief naar een parlementaire enquête over de euro. En die is hard nodig. De documentaire Slag om Europa bracht middels interviews met belangrijke hoogwaardigheidsbekleders van destijds goed in beeld wat de weeffouten bij de optuiging van deze eenheidsmunt waren. Vele experts, zoals bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, waarschuwen met uiteenlopende redenen voor de gevaren van de euro als bedreiging voor de toekomst van Europa. Helaas geen parlementaire enquête, waar mensen onder ede gehoord kunnen worden, maar gelukkig wil een voltallige Tweede Kamer nu wel een onderzoek en advies van de Raad van State. Kritisch zijn ten opzichte van de Europese Unie of de Euro wordt door veel mensen vaak verward met anti-Europeanisme of egoïstisch patriottisme. Dat is een hardnekkig misverstand. Het is de (h)erkenning dat het Europese project niet langer over vrede, maar over macht gaat. Het is de overtuiging dat statelijke soevereiniteit als uitgangspunt dient te worden genomen voor de democratie, vanwaaruit  met andere landen of op supranationale samenwerkingsfora kan worden samengewerkt. De Duitse Filosoof Peter Sloterdijk verwoordt dat in een interview als volgt:

Dat je de [soevereiniteit van de] natiestaat dient te verdedigen komt uit een zeer simpele redenering voort. Alle rechtssystemen die op deze aarde existeren en die relatief goed functionerend zijn, zijn in de natiestaat verankerd en worden door de natiestaat uitgevoerd. Dat betekent dat wie recht wil, ook natiestaat zeggen moet. Ten tweede is de natiestaat ook de drager van de welzijnsstaat (Sozialstaat). Wij krijgen onze toeslagen en ziektekostenvergoedingen niet uit Brussel, maar uit de solidariteitsgedachte die in de natiestaat leeft. Daarom zijn die solidariteitssamenlevingen ook altijd zo gevoelig met betrekking tot de vraag wie er van die herverdeling van welvaart mag profiteren.

Deze nieuwe beweging voor democratische vernieuwing spreekt de geboortevideo van D66 opnieuw in en belooft niet dezelfde fouten te zullen maken door te transformeren van een rebelse politieke beweging naar een kleurloze politieke middenpartij. Ik hoop dat in ieder geval Baudet en Hiddema, de nummers 1 en 2 op de lijst, de kans krijgen om die belofte in hun politieke daden waar te maken. Want constructieve oppositie op basis van idealen en nieuwe ideeën is niet alleen nodig om de dynamiek in het politieke bestel te veranderen, maar ook om nieuwe kanalen te openen die de bevolking met haar representatieve huis in Den Haag verbinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *