Handel en ontwikkeling in Internationale Betrekkingen

Handel, ontwikkeling en oorlog in tijden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC)

In de literatuur van deze week, ‘Promoting Economic Well-Being and Human Development’, werd aan de hand van een casestudie – Economic Globalization and Africa – de essentie en definitie van ontwikkeling (‘development’) besproken. Naast een historische schets van het concept ‘ontwikkeling’, werden vele maatstaven van ontwikkeling uiteengezet. De casestudie wordt in dit hoofdstuk, al dan niet kritisch, voornamelijk vanuit een Westers perspectief beredeneerd, waarin, ook in de reflectie op de ontwikkelingen in Afrika, de geschiedenis en functies van belangrijke, mondiale en Westers georiënteerde instanties (Bretton Woods Instellingen, Verenigde Naties, Brundtland Rapport, etc.) centraal staan. Ondanks dat in dit hoofdstuk velerlei alternatieve maatstaven voor het meten van ontwikkeling aan bod komen, wordt de kritiek op economische groei als dominante maatstaf tot het minimum beperkt, of zelfs meerdere malen zeer gemakkelijk gebruikt. Zo staat in paragraaf 2 van pagina 425: ‘Despite the presence of many armed conflicts, there has been strong economic growth in many parts of the continent [Africa]’’. Zonder een duidelijke, inhoudelijke definitie aan economische groei te geven, blijkt uit een zin als deze een impliciete aanname dat economische groei, als maatstaf voor hoe een land er maatschappelijk voorstaat, wenselijk is of zou moeten zijn. Met economische groei wordt, tenzij anders vermeld, de groei van het Bruto Nationaal Product (BNP) bedoeld. In een onderzoek van Fitoussi et al. (2013) wordt vastgesteld dat het BNP te veel significant belangrijke zaken niet meetelt. Zo betrekt het BNP geen intrastatelijke, sociaaleconomische ongelijkheid en stijgt het BNP in bijvoorbeeld Arabische landen met instabiele en/of militante regimes, waar voor burgerlijke vrijheden gevochten wordt.

Index voor Sociale Problemen ten opzichte van het BNP

Figuur 1 toont aan dat een hoog BNP niet automatisch leidt tot weinig sociale problemen binnen een land, met als voorbeeld de Verenigde Staten[2]. Daaraan toegevoegd houdt het BNP geen rekening met de eindige voorraad van natuurlijk kapitaal of met de mate van vervuiling van de planeet. Mijns inziens is deze manier van meten – althans, de dominantie ervan -, in voornamelijk Westerse, geïndustrialiseerde landen, een achterhaald concept. Anno 2016 zou er wereldwijd – met de rijke, Westerse naties in de voortrekkerspositie – veel meer ingezet moeten worden op variatie aan maatstaven voor maatschappelijke progressie, welvaart en welzijn ten einde externatliteiten te kunnen integreren en zoveel mogelijk diversiteit aan maatschappelijke waarden te kunnen vangen.

In paragraaf 3 van pagina 426 staat ‘Governance in Africa has improved as well, in part a reflection of the donor community’s emphasis as ‘good governance’. Although only a few African countries have achieved Western standards of democratic governance, many of the more authoritarian regimes have trended toward broadly better governance (…)’’. Ook deze zin heeft iets weg van een (belerend) Westers perspectief, waarin ‘good governance’ wordt vergeleken met de Westerse standaarden van democratisch regeren, die als impliciet ‘goed’ worden beschouwd. Het deed me denken aan de manier waarop de eerste democratisch gekozen premier van Congo, Patrice Lumumba, op duistere wijze is vermoord en verdwenen met behulp van de (democratische) Belgische en Amerikaanse overheid destijds. Immers toen België onder internationale (diplomatieke) druk haar Congolese kolonie moest afstaan en de internationale gemeenschap – voornamelijk de Verenigde Staten – merkte dat die ‘regime change’ weleens verre (negatieve) gevolgen zou kunnen hebben voor de Westerse belangen, bleek het democratisch gehalte van Congo plotseling een significant minder belangrijke rol te spelen. President Eisenhouwer, zo bleek later, heeft het hoofd van de CIA destijds de opdracht gegeven om Lumumba te elimineren en het Belgische rijk leverde de zoutzuurvaten om het lichaam van Lumumba op te laten lossen. Zowel de omstreden Katangese provincieleider Tshombe als de militante Mubutu, die 32 jaar lang zou regeren, regeerden beiden verre van democratisch, maar zijn direct ofwel indirect gesteund door het Westen. Met deze anekdote poog ik aan te geven dat in sommige gevallen de existentie van ‘non-democratic states’ paradoxaal genoeg in het ‘belangenvoordeel’ zijn voor Westerse landen, en dat de Westerse propaganda over democratie op niet-Westerse landen niet altijd is wat het lijkt of beweert te zijn.

Dit (bewerkte) artikel is een werkgroepopdracht voor het vak Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *