Het Land van Duizend Olifanten

Chiang Mai. Ja, daar waren we gebleven. Hoe leuk wij die stad ook vonden, het werd wel de hoogste tijd om verder te gaan. Per bus naar de Laotiaanse grens gereden en die maar voor het gemak meteen, zonder problemen (!), overgestoken. Aan de Laotiaanse kant van de Mekong rivier hebben we in het grensplaatsje Huay Xuay vanuit een prachtig hostel genoten van het mooie uitzicht op, jawel, Thailand. Daarna besloten we om met Oscar, een Australiër, de ‘slow-boat’ (we hebben immers de tijd) te pakken richting Luang Prabang.
Luang Prabang is een prachtige stad omsingeld door nevelig berglandschap. Samen met diezelfde Oscar hebben we op een gehuurde mountainbike de omgeving ontdekt en enkele goede feestjes gepakt in de plaatselijke club. Na vijf nachten zijn we verder naar het zuiden getrokken:
Ik wist tot noch toe niet dat er op de wereld een plek bestond, die een magische oase van natuurlijke rust en een ideaal uitgaansparadijs voor backpackers combineert. Vang Vieng maakte het voor ons mogelijk.
Eerste Kerstdag in de hangmat doorgebracht en ‘s avonds het glas meerdere malen geheven in de enige echte ‘Kangaroo Sunset Bar’. Na een super dagje toeren op de motor en grotten bezocht te hebben, kon de hoofdstad zich gaan opmaken voor ons bezoek.
Het was afzien. We moesten namelijk 4 dagen wachten op ons visum voor Vietnam in een stad waar, op z’n ABN gezegd, gewoon geen kont te beleven is. Onze reistip van de week is dan ook: sla Vientiane in je leven over, tenzij je op het punt staat begraven te willen worden. Zo snel als mogelijk werd dan ook de bus rechtstreeks naar Hanoi (Vietnam) geboekt. Een reis van maarliefst 22 uur, Aziatische tijd. Dat wil zeggen: zonder vertraging die er ongetwijfeld gaat komen. Toen we op het busstation aankwamen zag de ‘sleeper-bus’ er echter zo goed uit, dat ik er, samen met twee andere toeristen, gelijk maar enthousiast instapte om mijn ‘bed’ op te zoeken. Ik was bijna bij m’n einddoel, toen ik het opeens (bij wijze van spreke) in Keulen hoorde donderen: de buschauffeur kwam tierend achter me aan. Dit was waarschijnlijk het moment waarop ik het minst spijt heb dat ik m’n haren heb laten millimeteren, want meneer had me ongetwijfeld aan m’n haren de bus uit willen slepen. De reden was, dat ik met m’n schoenen de bus in liep. Stom van me natuurlijk, dat ik me niet had bedacht dat we voor onze schoenen een plastic zakje zouden krijgen. De hypocrisie droop er vanaf, want het zijn de Aziaten die de bus aan het eind het meest ranzig achterlaten. Maar ach, we passen ons aan.
Als je dan eindelijk in je relatief comfortabele bedje ligt, moet je je muziek wel heel hard aan hebben staan om suïcidale neigingen te kunnen vermijden: Chinees gesproken films met de Laotiaanse vertaling erdoorheen geschreeuwd, zijn blijkbaar lang niet ongewoon hier. Om een of andere vage reden moet er in die slechte Aziatische films ook nog altijd minimaal een aantal steden vol mensen worden afgeslacht. Wellicht een poging om de hoop dat de wereldbevolking spoedig zal afnemen op een originele manier te uiten. Joost mag t weten.
De grensovergang naar Vietnam kan je het best beschrijven als een groot circus met de politie als opperclowns. De controle is meer voor de show maar zodra ze zien dat je niet tot de lokale bevolking hoort wordt je van het kastje naar de muur gestuurd en betaal je voor alles vele malen meer. Proberen om aan te geven dat dingen niet eerlijk verlopen of vragen waarom jij wél voor het eten bij de stops moet betalen, heeft geen enkele zin. Op die momenten spreken ze namelijk opeens allemaal Chinees of Hebreeuws en doen ze net of hun neus bloed.
Het is niet leuk, maar wel goed om te ervaren hoe het is om gediscrimineerd te worden op grond van je huidskleur of afkomst. Daar waren we t allebei wel over eens. Uiteindelijk hadden we maar 2 uur vertraging en stapten we, zoals jullie wel zullen begrijpen, bijna juichend uit de bus. Hanoi is een stad waar je in het begin minstens 9 zintuigen nodig hebt om te begrijpen wat er allemaal gebeurt en de stad gold voor ons als verademing in vergelijking tot Vientiane. Niet letterlijk, want de smog die boven Hanoi hangt, kunnen verwende westerlingen als wij waarschijnlijk niet lang verdragen. Vanuit deze stad hebben we een driedaagse tour naar het wereldberoemde Halong Bay geboekt. De natuurlijke schoonheid kon het tegenvallende weer en de massa-toeristische sfeer voor ons helaas maar moeilijk compenseren. Hoe dan ook is het nu tijd om een motor te kopen en naar de stranden en het zonnigere zuiden te trekken…!

De groeten uit Vietnam…

Bram en Vincent