“Journalistiek en activisme moet je scheiden”

Arno Wellens staat beter bekend als de ‘wandelende rekenmachine’ van nine to five (925), een tegendraadse journalistieke website voor de ‘betere kantoorknuppel’. Als financiële speurhond en fervent strijder tegen de euro, is hij zowel journalistiek verslaggever als verdekt activist. Hij deelt zijn ervaringen in de financiële sector en opent de deur naar zijn gedachtenwereld over de pers. ‘’Het leven van een gemiddelde journalist, daar word je niet blij van. Die komen vaak van de school voor journalistiek af en denken met hun schrijfsels de wereld te kunnen veranderen. Dan ben je dertig en zie je dat jouw schrijfsels niemand interesseren – tja, en dan?’’

Te midden van de horde toeristen, vele Amsterdamse fietsers en een wereldkeuze aan restaurants, staat een bejaard en statig pand dat onvermijdelijk aan een recente renovatie ten prooi is gevallen. Het is het kantoor van Vice Media, waar onder andere de redactie van 925 gezeteld is. Tussen druk babbelende collega’s en vier lege koffiekopjes zit Wellens achter zijn muur van twee iMac-schermen. ‘’Dat is hier normaal hoor’’, grapte hij toen ik enigszins opschrikte van een binnenstormende journalist.
In het antwoord op de vraag naar zijn jeugd in de Gelderse provincie, haast Wellens zich bijna om te vertellen dat het er saai was en begint hij een verhaal over zijn tijd als student Management & Accounting aan de Universiteit van Amsterdam. Hij reageerde als negentienjarige op een advertentie in de krant en kon zonder enige vorm van economische achtergrond bij Legio Lease aan de bak als belastingadviseur. ‘’Wat we deden was mensen prutleningen verkopen – elke debiel kan dat, met alle respect. In die tijd deed ook iedereen mee, je was een sukkel als je niet belegde. (…) Ik verdiende er geld als water, maar naar mate je verder studeert en beter begrijpt hoe de wereld in elkaar zit, zie je in dat je mensen feitelijk aan het oplichten bent.’’ Bij Wellens volgde een aha-erlebnis waardoor hij niet lang daarna de financiële sector zou verruilen voor de journalistiek. “Toen ik op een dag een terminale kankerpatiënt aan de telefoon kreeg en hem ontraadde om bij mij financiële producten te kopen, begon bij mij de ethiek achter de financiële dienstverlening te dagen: hoezo is dit eigenlijk legaal?!’’ Sindsdien is Wellens via een omweg bij KPMG in de journalistiek terecht gekomen: hij mocht bij Quote in financiële rapporten snuffelen en jaarrekeningen doorspitten om Nederlands rijkste families in kaart te brengen.

Je bent na twee jaar bij Quote weggegaan omdat ze steekpenningen aannamen, hoe is dat precies gegaan?
‘’Ik ontdekte een foute beleggingsconstructie via Portugal en belde het betrokken bedrijf, Aurora Group Finance, met de boodschap dat ik een stuk over ze wilde schrijven. Waarop zij zeiden: jij gaat helemaal niks schrijven! Toen dacht ik: wauw, interessant!’’ Zijn ogen twinkelen, hij glimlacht voorzichtig en poogt met onrustige draaibewegingen op zijn stoel de situatie van toen na te bootsen. ‘’Dus ik uit het raam kijken, zo van: wat gaat er gebeuren dan. Ik zei vervolgens dat ze nog een uur hadden om te reageren want daarna ging ‘t online.’’ Zo ver kwam het uiteindelijk niet. Het artikel werd niet gepubliceerd en kort daarna stond hij op straat. In plaats van zijn stuk stond er een advertentie van het desbetreffende bedrijf, kreeg Quote 250.000 euro en moest Wellens, onder het mom van ‘contract verlopen’, de deur uit. Jort Kelder en 925 hebben hem daarna geholpen om hem aan z’n haren uit het moeras te trekken. Als positieve bijkomstigheid vertelt hij bij 925 veel meer vrijheid te ervaren om te schrijven wat hij wil. ‘’Hier zouden de aandeelhouders zo’n beslissing niet maken. Dat van Quote is een extreem voorbeeld, maar dat risico bestaat altijd.’’

Ook bij de ‘grote jongens’ zoals De Volkskrant en het NRC?
‘’Tuurlijk.’’ Hij tikt de naam van Thomas Leysen in op zijn computer en vindt een match met KBC, een Belgische bank-verzekeringsgroep. ‘’Kijk, de grote Nederlandse kranten zijn in handen van twee Belgische oligarchen: de familie Van Thillo en het Mediahuis van deze meneer. Ik weet niet of het handig is dat een Nederlandse krant persoonlijk eigendom is van de CEO van een bank. Want als er over iemand niet kritisch gesproken wordt, dan is het Thomas Leysen wel.’’

Hoe moet ik dat voor me zien? Als je als journalist aankomt en graag over meneer Leysen wil schrijven, dan zegt jouw hoofdredacteur: ‘nee, gaan we niet doen’?
‘’Een goeie censuur gaat vanzelf. Ik denk dat mensen zelf bewust of onbewust doorhebben dat het niet slim is om daarover te schrijven.’’ Hij geeft een palet aan voorbeelden over de belangenverstrengeling tussen Belgisch geld en Nederlandse journalistiek. ‘’De hoofdredacteur van het NRC, bijvoorbeeld, is een Belg. Waarom zit er een Belg bij een Nederlandse krant?’’ Wellens ruikt geen complotten waarin Leysen de kranten opbelt en vertelt wat er moet gebeuren, maar ziet de problematiek meer als inherent aan het systeem en cultuur binnen grote media. Met ‘’complotgekkies’’ heeft hij immers weinig op. Hij constateert namelijk een problematische situatie bij internetmedia waarin ‘’iedereen maar kan opschrijven wat ‘ie wil.’’ Dat levert volgens Wellens een zee van rare en ondoordachte theorieën op, die een gevaar vormen voor waarheidsvinding. ‘’Ze verzuren het debat en leiden af van waar het echt om zou moeten gaan.’’

Is misinformatie niet van alle tijden?
‘’Zeker, maar de drempel is nu veel lager om zomaar iets te roepen. Laat ik het zo zeggen: als je vroeger je knotsgekke theorieën over MH17 wilde verspreiden moest je een boek schrijven en naar de drukpers toe.’’ Toch ziet Wellens, als het om de toekomst van de journalistiek gaat, de meeste heil in digitalisering. ‘’Een papieren krant ga je niet meer kopen, nee. Alleen is het nieuwe verdienmodel nog niet helemaal duidelijk.’’

De lezer laten inzien dat goede journalistiek geld kost, zoals De Correspondent dat poogt te doen?
‘’Ja, maar wat De Correspondent doet… Zij doen geen journalistiek.’’, antwoordt Wellens gechargeerd. Hij kijkt bedenkelijk en is actief op zoek naar een woord om zijn kritische lading te dekken. ‘’Met alle respect voor wat ze daar hebben bereikt, maar ik vind het de munttheemoeders onder de journalisten.’’

Wat bedoel je daarmee?
”Ze zijn te weinig kritisch. Neem een Rutger Bregman. Hele leuke vent, met dat idee van een basisinkomen. Maar op de vraag wie dat dan gaat bekostigen en hoe we dat financieel moeten doen, gaat ‘ie niet in.’’ Hij nuanceert zijn mening enigszins, maar blijft tobben met het basisinkomen: ‘’Stel je nou voor dat Bregman zegt: ik werd wakker met het idee van een basisinkomen; ik heb het uitgerekend en het is helemaal ruk.’’ Wellens schiet in de lach en vervolgt: ‘’Dan ben je in drie seconde klaar, maar kan je geen boeken meer verkopen.’’

Want wat zijn voor jou de belangrijkste taken binnen de journalistiek?
Hij aarzelt en sprokkelt bedenkelijk zijn zin bijeen: ‘’Je moet oppassen dat je niet te aanmatigend wordt in je pretenties.’’ Hij wordt stelliger en vervolgt: ‘’Het is de bedoeling om het publieke debat met objectieve feiten te voorzien. Daarmee doe je de democratie een plezier. (…) Bronnen verzinnen is in elk geval een journalistieke doodzonde.’’

In hoeverre kan je als journalist objectief zijn?
‘’Dat is ontzettend moeilijk. Zoals wij bijvoorbeeld met de euro bezig zijn gaat eigenlijk wel de perken te buiten. Daar krijgen we vaak kritiek op en dat vind ik volledig terecht. Dat is meer activisme.’’ Hij ziet de journalistiek aan de ene kant als controleur van de politieke macht, maar erkent aan de andere kant de invloed van journalisten om iets of iemand te maken of te kraken. ‘’Je zult dus moeten streven naar volledige transparantie. ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’: hele goeie slogan en het is wel eerlijk.’’ Wellens doelt op een dunne scheidslijn tussen activisme en journalistiek, waarin hij telkens duidelijk moet aangeven welke rol hij in de maatschappij aanneemt. ‘’Je kunt niet de wereld redden of zo, maar ik denk dat je ook wel een zekere taak hebt om je democratie functionerend te houden. Bijvoorbeeld met dat Oekraïne-referendum zei Pechtold nog voor de camera dat ‘ie het eigenlijk niet gelezen had, maar dat ‘t verdrag ‘m wel een goed idee leek. Als er zó slordig met feiten wordt omgegaan, die je met de beste bedoelingen presenteert, dan mag je af en toe best een beetje activistisch worden.’’

Dit (bewerkte) interview met Arno Wellens is een opdracht van het vak Politieke Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *