Lessen uit Cuba

Plaza de la Revolución - Havana, Cuba

Op weg met onze Volkswagenbus van Playa La Boca naar het centrum van Trinidad aan de zuidkust van Cuba zijn we op zoek naar een restaurant. In de verouderde oud-koloniale binnenstad, waar de tijd niet slechts even heeft stil gestaan, stoppen we voor restaurant La Coruña. Het blijkt een voltreffer. Een driftig en temperamentvol, maar hartelijk vrouwtje regelt binnen afzienbare tijd een plekje op haar dakterras voor zes personen. Terwijl haar familieleden aan een traditioneel Cubaans mais-gerecht bezig zijn, dat er op het eerste gezicht niet al te hygiënisch uitziet, bestellen wij onze mojito’s en Cubaanse avondeten. Het mais-gerecht krijgen we als uitzondering buiten de kaart om als dessert te proeven en blijkt heerlijk te zijn. Dit diner bereikt zijn fascinerende climax als de gastvrouw vertelt dat ze niet alleen met passie haar ‘casa particular‘ runt, maar tegelijkertijd ook professor is in filosofie en psychologie aan de universiteit van Trinidad. We stellen haar een aantal vragen en ze besluit, na een paar minuten staand te vertellen, om een stoel te pakken en ons te vergezellen. Ze heeft voornamelijk verschillende vormen van Marxisme onderwezen, maar ook vele andere westerse filosofen als Kant en Rousseau. Marxisme, zo redeneerde zij, geldt als fundament en inspiratie van verschillende filosofieën die zich in een belangrijk opzicht van andere onderscheiden: een filosofisch perspectief vanuit het proletariaat, niet vanuit de heersende klasse – van onderaf in plaats van boven naar beneden. Leninisme en verschillende Zuid-Amerikaanse filosofieën zijn er op voortgebouwd. En in wezen is het sociaal-communistische systeem van Cuba ook een vrucht van deze filosofie. Een systeem waarin, zo legde ze uit, iedereen – of in elk geval iedere familie – een eigen huis heeft, gezondheidszorg van zeer hoog niveau is en waar onderwijs gratis is met weerzinwekkend laag analfabetisme. Haar persoonlijke kosten lagen vooral in de verzekering voor het huis die ze aan de staat betaalde (ongeveer 25 CUC = 25€ per maand) en stroom plus water (ongeveer 50 CUC per maand). Die laatste kostenpost ligt voor haar relatief hoog, omdat zij – zoals vele andere Cubanen – haar huis als private Casa Particular of als restaurant ter beschikking stelt en daarom een relatief groot bedrag aan de overheid afstaat. Zij die dat niet hebben, betalen slechts een luttele paar CUC per maand. Iedereen behoort de basis des levens te hebben: opnieuw een symbool van een socialistisch systeem. Zodra het private aspect om de hoek komt kijken, draag je veel af aan de overheid. Vrijwel iedere stad in Cuba heeft een universiteit, die door iedereen, onafhankelijk wat voor etnische of religieuze achtergrond, gratis bezocht kan worden. Bovendien is Cuba pionier in gezondheidszorg in derdewereldlanden. Waarom daar? Omdat in eerste instantie Cubanen met hun hart hun werk verrichten en ze er vanuit hun maatschappelijk systeem niet aan hoeven te verdienen – zoals in het Westen meer het geval is. Punt twee kent Cuba tot voorheen relatief weinig vrijheid om zich buiten de eigen grenzen te manoeuvreren. Dat antwoord kwam ook ter sprake op de vraag of ze de Cubaanse universiteit kon vergelijken met buitenlandse (Westerse) universiteiten – dat kon ze niet, door de traditioneel gesloten houding van Cuba. Echter vertelde ze wel dat de mensen die het voor elkaar wisten te krijgen om naar het buitenland te gaan, vrijwel altijd terug kwamen zodra het werk erop zat of er voldoende centen waren verdiend. Om de simpele reden dat Cubanen zich sterk met hun eiland, met hun klimaat, met hun maatschappelijk systeem en niet in de laatste plaats met elkaar verbonden voelen. In alles wat ze vertelde klonk ze positief en zelfverzekerd en schuwde ze niet haar gepaste trots door haar verbale stortvloed heen te laten schijnen. De isolationistische politiek die Cuba de afgelopen decennia sinds de revolutie in de jaren 50 heeft gevoerd brokkelt weliswaar af, maar zonder dat er volgens haar concessies aan de sociale zekerheid en het communistische karakter van het staatsbestel worden gedaan. Immers door de hoge opleiding, de trots en vooral door de vrijgevochten Cubaanse normen en waarden (lees: onafhankelijkheid, sociale zekerheid en intranationaal verworven vrijheden) beseft de Cubaanse bevolking in zijn algemeenheid dat gerommel of afbraak aan het huidige systeem een stap richting de tijd van vóór de revolutie is – en dat wil niemand. Het verhaal doet wat puzzelstukjes in elkaar vallen, want ook ons was een aantal frappante dingen opgevallen. Een groot gevoel van veiligheid – niet te vergelijken met andere landen in Latijns-Amerika. In andere woorden waren we überhaupt niet bang om beroofd, bestolen of aangevallen te worden en bovendien bleek ’s nachts alleen over straat wandelen geen enkel probleem. Niet tot nauwelijks zwervers, wel een handjevol bedelaars maar geen daklozen – dat wil zeggen: ze kunnen aan het einde van de dag naar hun (eigen) huis. Het grootste probleem van de Cubaanse samenleving ligt op dit moment volgens haar in vastgoedonderhoud en infrastructuur. Het is enorm duur om reparaties aan woningen te verrichten, waardoor huizen verpauperen. Bovendien – en dat hebben we zelf gemerkt – laat de kwaliteit van de wegen vaak te wensen over (gat in de weg!). De opening van de grenzen ziet ze niet als problematisch, want het zal meer economische activiteit meebrengen zonder dat de fundamentele basis verdwijnt. Toen Obama op bezoek was droeg hij een kogelvrij vest en bracht hij zijn gepantserde voertuigen. Helemaal niet nodig, riep de vrouw lachend. In woorden van gelijke strekking: ”wij Cubanen hebben aandachtig geluisterd, maar na afloop onze hoofden geschud: op de manier zoals de Amerikaanse president de toekomst aan ons voorlegt hoeft het van ons niet. Wij doen geen concessies aan ons met bloed, zweet en tranen bevochten en opgebouwde systeem.” De toekomst zal het ons leren…

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *