Partijnamen

Ik ben een bewonderaar van Rob Wijnberg. Laat ik dat nou niet onder stoelen of banken steken. Ik lees veel van zijn artikelen zeer geïnteresseerd en aandachtig en laat me inspireren door zijn lichtgevende visies. Na het lezen van zijn artikel over de partijnaam van de Partij voor de Dieren op de meer dan verrijkende nieuwsbron ‘De Correspondent’, kwam er echter een gemengd gevoel van herkenning en onbegrip naar boven en werd ik belaagd door een probleem waar ik vaker last van heb: mijn mond niet kunnen houden. Ook voor mij dus tijd om pen op papier te zetten. Of beter gezegd: vingers op de toetsen. Tip: lees eerst zijn artikel.

Laat ik eens beginnen met het feit dat een naam van een politieke partij nu eenmaal geen allesomvattende inhoudsopgave kan zijn. Of komt 50plus echt alleen maar op voor bejaarden en draagt de lijsttrekker van de Piratenpartij dan ook zo’n zwart lapje voor z’n oog? Nooit lees ik bovendien een artikel waarin staat dat de PvdA zich enkel en alleen bezig houdt met arbeid en ik vraag me af of de PVV dan niet haar naam moet veranderen in PVIMM (Partij voor iets minder Marokkanen).
Dat gezegd hebbende denk ik dat je in het geval van de PvdD zeker de symbolische waarde achter de partijnaam niet mag ondermijnen. De partij gaat uit van de filosofie dat wat goed is voor dieren, automatisch goed zou moeten zijn voor mens en milieu. Een gedachtegang die leunt op de leus van Mahatma Gandhi, die stelt dat je het aanzien van een natie kunt aflezen aan hoe de dieren in diezelfde natie behandeld worden. De dieren verwijzen daarnaast naar de zwaksten – en dus ook naar de armsten en naar de natuur – die het in onze huidige samenleving continu verliezen van de egoïstische attitude en monetaire verslavingen van de sterksten. Juist het feit dat in de partijnaam niet alleen de belangen van de eigen soort centraal worden gesteld, zorgt voor een essentieel verschil met de traditionele partijen en wakkert bovendien de discussie over onze antropocentrische (Grieks: ‘antropos’ = ‘mens’) kijk op de wereld aan.
Daaraan toegevoegd is het de kleinste partij die de grootste mond heeft en uit de Partij voor de Dieren door middel van moties, amendementen en kamervragen constructieve kritiek op zowel de andere partijen als op het politieke systeem. In hun bevlogenheid wordt de focus in het parlement langzaam maar zeker steeds weer verlegd. En ook buiten de kamers worden mensen ontregelt, bewust gemaakt en worden alternatieven geboden voor koerswijziging. Zo zijn er wereldwijd in verscheidene talen documentaires te bekijken, blogs te lezen en wordt in het buitenland de ene na de andere dierenpartij, met dezelfde idealen, uit de grond gestampt. Wijnberg vergeet dus, dat de partijnaam onderdeel is van het door hem zelf erkende succes van de partij.
Dat hij wellicht bang is om tijdens de borrel in het café te worden uitgelachen en hij het moeilijk vindt om steeds een verklaring te moeten geven waar de partij nog meer voor staat, zegt, met alle respect, meer over hemzelf dan over de PvdD. Toch – eerlijk is eerlijk – heb ook ik me in de beginperiode vaak gedeisd gehouden, om niet voor gek verklaard te willen worden. Veel te vaak hield ik mijn mond omdat ik er donder op kon zeggen dat ik dan maar beter naar het kattenasiel kon lopen. En nog steeds word je als lid van de PvdD vrolijk doorverwezen naar de zeehondencrèche in Pieterbuuren of geassocieerd met doorgedraaide bomenknuffelaars. Maar ik heb leren inzien dat de PvdD gelijk heeft als ze zegt dat, zolang er gevoelens van wrevel of ongemak tegenover de partijnaam zijn, de partij hard nodig is. Juist door anderen de macht te geven over je eigen schaamte en je door het huidige paradigma te laten tackelen, loop je weg van de idealen die je zelf zo belangrijk vindt. Want net als Wijnberg sta ik volledig achter het feit dat huidige economische groei irrealistisch en onverantwoordelijk is om na te streven. Ik ben verheugd om over zijn complimenten aan Marianne Thieme te lezen en deel evenwel zijn mening dat een radicale shift naar een duurzame samenleving meer hoofdzaak dan bijzaak zou moeten zijn. Om onze schulden niet door te geven aan komende generaties, zullen we kort gezegd al het leven op aarde en het behoud van diezelfde aarde centraal moeten stellen, in plaats van alleen de (westerse) mens en haar geld. We zullen niet langer moeten accepteren dat mensen, dieren en de natuur worden geofferd op het altaar van een doorgeslagen en vernietigende economie.
Ik ben het absoluut met hem eens dat de PvdD meer zetels zou hebben als de naam anders zou zijn geweest. Maar Wijnberg zou met mij blij moeten zijn dat deze partij er bewust voor kiest om daadwerkelijk iets te veranderen in de samenleving en niet het populistische pad betreedt van vele traditionele partijen. Want van leuzen als ‘Even de schouders eronder en koers houden om ons uit de crisis te knokken’ (VVD), ‘Het einde van de crisis is bijna in zicht’ (D66) en ‘Nederland moet Europa uit’ (PVV) schiet bij iedere Nederlander natuurlijk wel de melk in de tieten. Maar iedereen die een beetje verder kijkt dan zijn eigen neus lang is, snapt natuurlijk dat onze schouders onder een verziekt systeem zetten, betekent dat we verder zagen aan de tak waar we allemaal op zitten. En dan wil Wijnberg niet op een partij stemmen die daar een einde aan wil maken, omdat de partijnaam te publiekelijk opkomt voor dieren en hij die ‘dierengekkies’ niet het voordeel van de twijfel gunt? Zo lopen andere partijen er bij de verkiezingen vandoor en vis je telkens achter het net.
Ik heb sterk de hoop dat er voor Wijnberg spoedig een punt zal komen dat hij over zijn eigen schaduw durft heen te springen en hij de idealen van de partij, waar hij het grotendeels mee eens is, laat winnen van zijn angst voor imagoschade. Niet alleen zou dat een vooruitgang voor de PvdD en de samenleving betekenen, ik denk dat hijzelf er de grootste winst mee zal boeken door de partij niet als vreemde eend in de bijt, maar als witte raaf in onze maatschappij te zien.