Referendumritueel

Brienzergrad, boven de Brienzersee - Berner Oberland

De “r” zit weer in de maand en dat betekent: referenda. In tegenstelling tot de Nederlandse polderdemocratie, worden volksraadplegingen hier in de Alpen vrij serieus genomen. Het is het zogenaamde zwaard van Damocles boven het hoofd van iedere lokale of nationale wettenmaker. Vrijwel elke Zwitserse politicus denkt wel drie keer na voor hij of zij nieuwe voorschriften uit de bureaucratische printer van Bern laat rollen. Immers kunnen alle door het parlement afgestempelde wetten ter controle als referendum aan het volk worden voorgelegd, mits er meer dan 50.000 handtekeningen zijn verzameld. De zogenaamde corrigerende referenda. Bindend, wel te verstaan. Zo hebben de onderworpenen het laatste woord. Hier wel. Met dubbel zoveel handtekeningen kan middels het volksinitiatief ook wetgeving door de bevolking geïnitieerd worden. Vandaag worden er vijf niet onbelangrijke vragen aan de bevolking voorgelegd, waarop een simpele “ja” of “nee” volstaat.

Waarom ik aan dat stemmingscircus mee doe? Zolang ik minimaal tien procent van mijn jaarlijkse tijd in het Helvetisch hoogland doorbreng en bijdraag aan de collectieve schatkist, heb ik voor mezelf reden genoeg om mijn stem in de Zwitserse politiek te laten gelden.

Personenfreizügigkeitsinitiative

Dit is het enige “volksinitiatief” en tevens de heetste onder de vijf vraagstukken. Hier gaat het dus niet om een bestaand, door parlement en regering goedgekeurde wet, maar een vanuit het volk voorgedragen initiatief. Het voorstel betreft de afschaffing van de zogenaamde Personenfreizügigkeitabkommen (FZA) met de EU, ofwel de vrijheid van personen om binnen de grenzen van de deelnemende staten zelf hun werk- en verblijfplaats te bepalen. Een bilateraal verdrag met de EU dat sinds 2002 van kracht is. Bij de afschaffing van dit verdrag treedt de zogeheten guillotine-clausule in, waardoor zes andere bilaterale verdragen met de EU ook ongeldig worden. De federale regering heeft in een geval van een “ja” dan twaalf maanden de tijd om nieuwe verdragen of afspraken met de EU te maken. En dat is precies waar de initiators op uit zijn.

Het probleem van de huidige situatie is volgens met name de nationalisten van de Schweizerische Volkspartei (SVP) tweeledig: enerzijds beargumenteren zij dat er een te grote immigratiestroom is, en anderzijds zien zij een onhoudbare druk op de sociale voorzieningen, zoals wonen, arbeid en allerhande infrastructuur. Hebben ze een punt? Jazeker. De Zwitserse bevolking is in 20 jaar tijd met ongeveer een miljoen (14 procent) toegenomen en de populatie bestaat inmiddels uit ruim een kwart niet-Zwitsers. Ben ik onder de indruk van hun argumenten? Niet echt. Maar vooral omdat ze polariserend en goedkoop over het voetlicht worden gebracht. Alles wat in de Zwitserse samenleving voor moeilijkheden zorgt lijkt in de immigrantencontainer te worden gegooid. Files of volle treinen? Immigranten! Bouwwoede of stijgende huurprijzen? Immigranten! Toegenomen criminaliteit? Immigranten! Hoewel je niet kan ontekennen dat het toenemende immigratiesaldo voor maatschappelijke problemen zorgt, maken hoog- en laaggekwalificeerde immigranten een belangrijk deel uit van de Zwitserse economie.

Het belangrijkste argument voor mij om toch voor dit wetsvoorstel te stemmen, is om de doodsimpele logica dat je geen vrijheid van arbeids- en verblijfsmigratie kan hebben in een politieke ruimte (lees: EU/EFTA) waarin geen gezamenlijk sociaal-politiek beleid wordt gevoerd. De hiervoor genoemde vrijheid vereist namelijk een centraal, coherent politiek orgaan dat bij machte is om onevenwichtigheden rondom de factor arbeid het hoofd te bieden. Met andere woorden dient er onder andere een gezamenlijk belasting-, uitkerings- en pensioenstelsel te zijn. Precies om dezelfde redenen kan mijns inziens een gemeenschappelijke munt als de euro niet functioneren. Het primaat om te beslissen over immigratiepolitiek en daarmee de eigen grenzen hoort simpelweg bij de Zwitserse en niet de Europese federatie te liggen.

Jagdgesetz

Omdat er in het midden van de 19e eeuw veel “wilde dieren” door ongecontroleerde jacht verdwenen, ontstond in 1875 de eerste federale wet die voor ieder kanton regelde waar, wanneer op welk dier je mocht vuren. De laatste aanpassing van deze wet dateert van 1986, toen de wolf in de Alpen nergens te bekennen was. De wolf is terug, en hoe. In tien jaar tijd van 10 naar 80 gespotte wolven. En daar hebben vooral de landelijke bewoners met schapen in Kanton Wallis last van. Anders dan bijvoorbeeld reeën, gemzen en vossen, behoort de wolf tot de beschermde en niet tot de “jaagbare” diersoorten. Het nieuwe wetsvoorstel wil de kantons meer autonomie en vrijheid geven om de wolf gemakkelijker af te kunnen schieten, met een hoop bureaucratische rompslomp tot gevolg. Er bestaan onder de huidige wetgeving al mogelijkheden om in geval van overlast of schade met toestemming van Bern voortijdig op wolven te schieten. Een “nee” dus, voor mij. Ook al weet een beetje Zwitser dat, hoe je ook stemt over deze wet, de Wallisers toch wel doen wat ze zelf willen. Geen Zürcher of Berner die ze van hun wolvenjacht of witte wijn afhoudt.

Kita-abzug

Dit was voor mij de makkelijkste beslissing. Het uitgangspunt om ouders te ondersteunen in het combineren van beroep en kinderzorg is wat mij betreft wenselijk. Toch is de wetswijziging die hier wordt voorgeschoteld dat niet. Met het voorstel van de regering en het parlement kunnen ouders hun kroost aftrekken van de belasting. Althans, de aftrekposten voor de zorg door de zogenaamde “KiTa`s”, de Zwitserse peuterspeelzaal, worden flink verhoogd. Daardoor ontstaat een gemis aan belastinginkomsten van een geschatte CHF 380 miljoen per jaar. Duidelijk is dat vooral rijke families met een christelijk aantal kinderen hiervan zullen profiteren. Het moet gezegd worden: de “rijken”, zo’n 40 procent van de werkenden, zijn de enigen die bijdragen aan de nationale herverdelingspot en gelden door hun belastingafdrachten sowieso als financieel fundament onder de “sozialstaat“. Hoe dan ook is deze maatregel wat mij betreft een verkeerde prikkel. Het zou financieel aantrekkelijker moeten zijn om kinderen zelf op te voeden, in plaats van ze naar de crèche te sturen.

Vaterschaftsurlaub

Ik had het me aan het begin nauwelijks kunnen voorstellen, maar ik stem uiteindelijk overtuigd tegen dit wetsvoorstel. Opnieuw goede bedoelingen, maar een kostbaar middel met perverse prikkels. Twee weken volledig betaalde vaderschapsverlof op de kosten van mensen die geen kinderen willen of kunnen krijgen, vind ik verregaand. «Familie isch hauptsächlich Privatsach, ke Staatssach». Ik zie meer heil in het bieden van mogelijkheden voor vaders om on- of deels betaald verlof aan te vragen na de geboorte van zijn kind. Ook had ik ja gestemd tegen een wetsvoorstel dat deels betaalde ouderschapsverlof regelt, waarbij moeder en vader onderling – ik noem maar wat – 16 weken kunnen verdelen. Maar voor nu, terug naar de wettenboer.

Kampfjets 

Dit is voor mij een twijfelgevalletje. Ik ben immers voor de vrede en dus tegen offensieve militaire operaties, al dan niet onder valse vlag gevoerd. Maar ik ben voorstander van een professioneel, goed georganiseerd en modern verdedigingsleger. En daar hoort nieuw speelgoed voor de “Luftwaffe” nu eenmaal bij. Zowel om als luchpolitie te dienen, als ook om als afschrikfunctie te fungeren. In 2014 stemde een krappe meerderheid tegen de aankoop van de door de regering voorgestelde Zweedse Gripen. 22 straaljagers met een prijskaartje van CHF 3,1 miljard. De publiciteit werd toendertijd ten dele beheerst door het lachwekkende optreden van de Zwitserse “Luftpolizei”. Toen namelijk puntje bij paaltje kwam en ze in het holst van de nacht werden opgeroepen om een gekaapt vliegtuig in het Zwitserse luchtruim te onderscheppen, lieten ze de Fransen en Italianen het werk opknappen, met als argument dat ze “alleen tijdens kantooruren vliegen”. Geen grap. De nieuwe wet die nu voorligt verschaft het ministerie van defensie een budget van hoogstens CHF 6 miljard, met bijkomende, jaarlijkse onderhoudskosten die binnen de gewone raming vallen. Het leger zegt de complete vervanging van 56 oude toestellen zodoende uit het eigen budget te kunnen financieren, dat weliswaar komende jaren met 1,4 % verhoogd moet worden. Daarbij moet gezegd worden dat het defensiebudget ten opzichte van andere federale posten financieel is achtergebleven in de afgelopen jaren.

De argumenten van de tegenstanders beroepen zich hoofdzakelijk op een verkeerde verdeling van de Zwitserse knaken. Het defensiebudget voor zogenoemde “Luxus-Kampfjets” zou beter ingezet kunnen worden in de strijd tegen klimaatverandering, pandemieen, cyberaanvallen en in de zorg. Er zijn er maar zeer weinigen in Zwitserland die überhaupt het bestaansrecht van de Luchtmacht betwisten. Het leger doet er hier nog enigszins toe.

Persoonlijk sluit ik me voor een groot deel aan bij de tegenstanders, hoewel ik wel degelijk voorstander ben voor de aanschaf van nieuwe gevechtsvliegtuigen. Maar het type noch het aantal gevechtsvliegtuigen dat aangeschaft moet worden is bekend. Ik stem voornamelijk tegen omdat het voorstel enerzijds te vaag is en anderzijds om een grote som geld gaat. Ik ga pas akkoord met een duidelijker wetsvoorstel, waarin zowel het aantal en type vliegtuigen bekend is en tot het minimaal noodzakelijke gereduceerd is. Waar mogelijk niet alle vliegtoestellen vervangen en oude “F-5 Tigers” of “F/A-18” behouden. Bovendien dient in het wetsvoorstel een duidelijkere budgettaire verdeling te worden opgemaakt, met een onderbouwd evenwicht tussen de verschillende (moderne) toekomstige bedreigingen – drones, cyberaanvallen, kruisraketten, om maar iets te noemen. Daarbij zou wat mij betreft ten alle tijden de focus moeten liggen op voorkoming van conflict in onder andere economische- en handelspolitiek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *