Statenverkiezingen

Het huidige kabinet wankelt, de animo voor de aankomende Provinciale Statenverkiezingen is ver te zoeken en het begrip ‘zwevende kiezer’ heeft zijn Nederlandse inburgeringscursus met verve doorstaan. Wantrouwen ten opzichte van de traditionele politieke partijen is iets dat ik met vele Nederlanders deel. Rob Wijnberg schreef in zijn Correspondent dat de huidige democratie een stilstaande draaideur lijkt en dat het een illusie is te denken dat alleen 18 maart de dag is waarop je je stem moet verheffen. Drie jaar geleden al, begeleidde socioloog Willem Schinkel zijn controversiële visie op politiek met de stelling dat ‘alle partijen min of meer D66 zijn geworden’. Hij ziet echter één uitzondering. De partij met die uitzonderlijke positie waar Schinkel op doelt, kwam ook op het podium te staan toen op 23 januari jongstleden Myrthe Hilkens (ex PvdA kamerlid) in Theater De Nieuwe Liefde te Amsterdam de juriste, politica en publiciste Marianne Thieme aankondigde. ‘’Het is niet voor niets dat zij hier is, want in alle afleveringen in deze serie is zij uitvoerig aan bod gekomen. Namelijk omdat het steeds meer mensen begint op te vallen dat er in Den Haag maar één politieke partij is, die fundamentele systeemkritiek levert en daarbij voortdurend ook op alternatieven wijst. Ik geef haar nu het woord als… ik denk een vertegenwoordiger van een Partij van Hoop.’’
Het bracht mij tot het volgende betoog.

De Statenverkiezingen komen eraan. Wie ben jij? Wat ben jij? Wat stem jij?
Ben je bankier of ben je boer? Ben je religieus of atheïst? Liberaal of toch socialist? Hang je in het politieke spectrum meer naar ‘links’ of naar ‘rechts’?
Ik zal je één ding verklappen: het maakt eigenlijk geen donder uit. En oké, ik zal uitleggen waarom.
Megalomane multinationals slokken in hun agressieve exploitatiepolitiek kleine middenstandsbedrijven op en stellen kwantiteit steevast boven kwaliteit. Klimaatverandering zal op termijn voor ongrijpbare sociaaleconomische problemen zorgen met onder andere massale migratiestromen tot gevolg. Nutsinstellingen als scholen, banken en publieke vervoersorganisaties zijn bedrijven geworden, gericht op winstmaximalisatie. Burgers wordt en masse hun privacy ontnomen, die dient als schijnveiligheid in een bang gemaakte maatschappij.  De voedsel- en medicijnenindustrie is er op ingericht om geld te verdienen, in plaats van mensen te dienen. De extreme robotisering zorgt voor stijgende werkloosheid en schreeuwt om een fundamenteel andere kijk op werk en inkomen. Onze omgang met dieren vormt een immense bedreiging voor de biodiversiteit en levert indirect gevaar op voor het voortbestaan van het leven op aarde. Brussel als ondemocratische macht is verblind door een gezamenlijke munt en tracht het onwenselijke mogelijk te maken door verschillende naties, die cultureel en economisch gezien totaal van elkaar verschillen, tot superstaat te doen samensmelten. De huidige financiële sector heeft geen enkele fundamentele verandering ondergaan sinds de crisis in 2008 en fungeert als een tikkende tijdbom onder een op geld gedreven samenleving. De plutocratie wint het keer op keer van de democratie.
In een wereld waarin alles ondergeschikt wordt gesteld aan geld, verdwijnen zaken die er écht toe doen naar de achtergrond. Een oude indiaan sprak ooit de wijze woorden: ‘Als alle regenwouden zijn gekapt, alle dieren zijn bejaagd en alle wateren zijn vervuild, dan pas zal men beseffen dat men geld niet kan eten.’ Willem Schinkel zegt terecht dat de huidige politiek is verworden tot een bestuursvorm van probleemmanagement. Rob Wijnberg beweert in die lijn hetzelfde: ‘Politici vinden wat kiezers willen horen. Media schrijven over waar men over praat. Kiezers vinden belangrijk waar media over schrijven.’ Waar wij in onze (Westerse) wereld mee te maken hebben is een fundamentele systeemcrisis, die in alle disciplines van de samenleving steeds zichtbaarder wordt.
Dit klinkt allemaal vrij somber, uitzichtloos en misschien wel apocalyptisch, maar in onze maatschappij gebeurt op kleine schaal – god zij dank – genoeg om te kunnen constateren dat de samenleving positief aan het kantelen is. Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans verdedigt dat met de leus dat ‘we niet leven in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk’. En zelfs op politiek niveau weet ik waarom Myrthe Hilkens zó gelijk heeft als ze zegt dat er in 2006 een Partij van Hoop is toegetreden tot de Tweede Kamer. Het enige probleem met deze Partij voor de Dieren is dat je hoogstwaarschijnlijk eerst een onvermijdelijke brug over moet, omdat je in eerste instantie voor gek zal worden verklaard. Je zal echter – net als de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar John Maxwell Coetzee, ex-Beatle Paul McCartney en vele andere (Nederlandse) auteurs, wetenschappers, filosofen en economen – ontdekken dat er achter de misschien wat smalle voordeur een planeet-brede visie schuilt, waarin al het leven op aarde centraal gesteld wordt. Het feit dat wij mensen er op worden gewezen om op een humane manier met dieren om te gaan, is slechts een herdefiniëring van het woord beschaving. Niets meer, niets minder. Beschaving begint bij het vermogen om verder te kunnen en willen kijken dan je eigen belangen – en de belangen van jouw eigen soort.De geweldloze vrijheidsstrijder Gandhi verwoordde dat in een grijpende zin: ‘De mate van beschaving van een land is te meten aan hoe het land met dieren omgaat’. Sinds de komst van de Partij voor de Dieren is niet alleen de emancipatie van het dier in gang gezet, maar ook de emancipatie van het huidige antropocentrische paradigma, waarin de (Westerse) mens en haar geld centraal staan. Het beleid en ons denken en handelen zou uit moeten gaan van het feit dat de mens (Grieks: antropos) niet het centrum, maar onderdeel is van een dynamisch aards en ecologisch systeem. Die uitgangspositie brengt onaannemelijke, schurende en confronterende waarheden met zich mee. Al in de 19e eeuw beweerde de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer dat ‘alle waarheid drie stadia doorloopt: eerst wordt ze belachelijk gemaakt, dan wordt ze tegengewerkt om vervolgens als vanzelfsprekend te worden aangenomen’. Afschaffing van de slavernij; het algemeen kiesrecht; opkomst van het feminisme: het zijn allemaal levende bewijzen, die het inzicht van deze Duitser bevestigen.
Als het uitgangspunt is dat we de aarde niet alleen geërfd hebben van onze voorouders, maar in bruikleen hebben bij onze kleinkinderen, dan moeten we in elk geval constateren dat voortgaan op de oude weg onvermijdelijk uitloopt op een catastrofe. Politici houden graag de mythe in stand dat huidige economische groei de oplossing is voor de crisis, de werkloosheid en het herstel van de samenleving. Bang om met een onaantrekkelijke boodschap kiezers te verliezen, bang om zetels en de macht kwijt te raken. Intensivering, schaalvergroting en het alsmaar streven naar meer, groter, hoger en beter is niet de oplossingen voor maatschappelijke problemen die er echt toe doen. Het gaat nu om de basiswaarden des levens te verdedigen. Schone lucht om in te ademen, gezonde bodem om ons voedsel te verbouwen, zuiver water om te drinken. Vol inzetten op duurzaamheid moet voorkomen dat de aarde verder uitgeput raakt. Geweldloos verzet voor veranderingen in het hoger en lager onderwijs: mensen zijn geen machines. Fundamenteel anders nadenken over een baan en inkomen is noodzakelijk om mensen van werk te voorzien. Belangen van de zwaksten – mensen, dieren en natuur – verdedigen tegenover het recht van de sterksten. Met vier hoekstenen als principieel beginsel: persoonlijke vrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid, mededogen en duurzaamheid. Met geld als middel en niet als doel. Niet uit eigen belang, maar uit het belang van eenieder op deze planeet.
Als consument kun je het verschil maken in de supermarkt en in de kledingwinkel, zoals Rob Wijnberg schreef. Als kiezer kun je het verschil maken door de macht niet aan de traditionele politiek over te laten, zoals Albert Einstein ooit zei: ‘de huidige problemen kunnen niet worden opgelost met dezelfde denkwijze die de problemen heeft veroorzaakt’. Maar het allerbelangrijkste is dat je het verschil kunt maken als burger, door je hart te laten spreken en vast te houden aan je idealen.
Er is een partij die consistente en fundamentele kritiek levert op zowel de traditionele politieke partijen als op het huidige politieke systeem. Er is een partij die maatschappelijke debatten openbreekt, de samenleving probeert wakker te schudden en voortdurend op alternatieven wijst. Er is een partij die joden en hindoestanen, linkse cultuursnuivers en rechtse geldwolven, socialisme en liberalisme verenigt. Er is een partij die traditionele tegenstellingen overstijgt en het algemeen belang boven deelbelangen verkiest. Er is een partij die het verdient om groot gemaakt te worden. Volg je hart, gebruik je hoofd. En doe dat elke dag, niet alleen op 18 maart.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *