Stemmen?!

Nederland van boven

‘’Ik hoop dat jongeren zich helemaal de moeder gaan stemmen op 15 maart’’. Dat is straattaal uit de mond van Tim Hofman voor: ga massaal naar de stembus. Als gezicht van de activistische groep De Stembus wil Hofman bij de aankomende verkiezingen zoveel mogelijk jongeren naar de stembus krijgen. Volgens deze club is de huidige generatie jongeren te laks en te snel ontevreden zonder daadwerkelijk in actie of verzet te komen. Er zit zeker wat in. ‘We’ zijn in vele opzichten een verwende generatie en hebben misschien wel in mindere mate dan onze voorouders de intrinsieke motivatie om op ideologische gronden actie te voeren. Maar in een tijd waarin je aangespoord wordt bang te zijn voor Nationalisme, voor Islam, voor Poetin, voor vluchtelingen en voor populisten, is het extreem moeilijk om te doorzien waar je heen moet en welke media, bankiers of politici je nog kan vertrouwen. Het is dus ook voor veel partij-zwevende volwassenen niet simpel om in dit politieke bestel  een weloverwogen en standvastige keuze te maken. Toch waren het de jongeren die als grootste groep niet kwamen opdagen bij de afgelopen verkiezingen in 2012 en even, voor de oproep van De Stembus, dreigde dit jaar hetzelfde te gebeuren. Er heerst anno 2017 morele anarchie. Er is geen centraal religieus of ideologisch gezag dat een pad voor je uitstippelt en de traditionele politieke partijen die afgelopen decennia de dienst hebben uitgemaakt stammen uit een achterhaalde verzuilde samenleving. CDA, PvdA en VVD worden voor een veel te groot deel bevolkt door, met alle respect, bejaarde figuren die achterlopen op de 21e eeuwse realiteit. Natuurlijk, er zijn altijd uitzonderingen. Pieter Omtzigt (CDA) is een zeer consistent en volwaardig kamerlid. Klaas Dijkhof (VVD) bewijst niet alleen slim te zijn maar op een loodzware portefeuille ook over zelfrelativering en humor te beschikken. De bij Amsterdammers geliefde burgermeester Eberhard van der Laan (PvdA) ziet stiekem ook heel goed in dat traditionele partijpolitiek tot het verleden behoort. Maar op cruciale thema’s waar progressie meer dan nodig is, zijn politici als Ton Elias (VVD) en Ministers van Justitie (VVD) conservatiever dan een conservenblik. De eerste blunderde als commissaris van onderzoekscommissie naar ICT-projecten met computer- en veiligheidssystemen en de laatsten hebben óf wegens corruptie moeten opstappen óf denken dat je dood gaat van een jointje. Zulke mensen moet je inderdaad de politiek uit stemmen. Toch denk ik dat je hoofdzakelijk vanuit een intrinsieke motivatie naar de stembus behoort te gaan en niet gedwongen moet worden door BN’ers. Het aansporen van jongeren tot wat meer activisme en idealisme op welk gebied dan ook lijkt me een meer dan goed idee, omdat daar maatschappelijke – niet politieke, dat is iets heel anders – betrokkenheid van kritische burgers uit voort kan komen. Ik zie twee grote valkuilen.

Aan de ene kant heeft maatschappelijk activisme anno 2017 een andere gestalte gekregen dan vroeger. Waar in de jaren ’60, ’70 en ’80 van de vorige eeuw misschien wel veel meer mensen de straat opgingen om te protesteren, beginnen jongeren in het tegenwoordige internettijdperk uit onvrede of boosheid een eigen bedrijf of start-up. Niet alleen om geld te verdienen, maar ook om hun omgeving en de wereld in het klein een stukje te kunnen veranderen. Dat is wellicht een heel individualistische aanpak van activisme, waarbij het collectief een minder grote rol speelt, maar het is zeker niet verwaarloosbaar. Het feit dat jongeren minder stemmen op dagen van verkiezingen, heeft denk ik voor een groot deel te maken dat jongeren zich niet herkennen in de traditionele manier van politiek bedrijven, waarbij de grote cruciale partijen niet aansluiten bij het beeld dat jongeren over de samenleving in de 21e eeuw hebben.

Aan de andere kant moet niet de illusie worden geschetst dat (jonge) kiezers alleen met hun stemplicht hun steentje bij kunnen dragen. Stemmen doe je elke dag, voornamelijk met fundamentele, financiële of principiële keuzes die je maakt. Die maak je nooit 100% consequent, want iedereen is in meer of mindere mate wel hypocriet. Maar het maakt uit of je lokaal voedsel koopt en daarmee het Midden en Kleinbedrijf (MKB) poogt te ondersteunen of dat je fast-food koopt bij een multinationale keten die er alles aan doet om zijn maatschappelijke en financiële plicht – belasting betalen – niet te hoeven nakomen. Het maakt uit, in termen van water-, energie-, dier- en voedselverbruik, of je een paar keer per week vlees laat staan. Het maakt uit of je actief bent in je buurt, op de school van je kinderen, bij een studenten- of voetbalvereniging of elders. Als je met deze bril naar politiek voeren kijkt, zie je in veel opzichten positieve veranderingen. Jongeren vinden het over het algemeen heel normaal om minder dierlijke producten te eten, zien een auto of andere materiële goederen niet meer primair als statussymbool, zijn steeds meer gewend om – voornamelijk data- en kennisbestanden – met elkaar te delen en weten als geen ander hoe je het effectiefst mensen kan bereiken. Dé uitdaging van deze generatie is om die kennis en mogelijkheden in de politieke machtscentra te implementeren en politiek met kleine letter ‘p’ – idealisme, drijfkracht en dagelijks ‘activisme’ – te vertalen naar de al dan niet nieuwe instituties van de Politiek met grote letter ‘P’. Of zoals in een mooi betoog van Vrij Nederland, “als de bliksem op zoek naar nieuwe democratische vormen“.

Net zoals bij de Europese Verkiezingen 2014, de Provinciale Statenverkiezingen 2015 en het Oekraïne-referendum in 2016, laat ik in de aanloop naar de verkiezingen met mijn persoonlijke en gekleurde bril fel licht schijnen op verschillende politieke partijen en bewegingen. Ik ben geen stemwijzer en geef geen advies op welke partij je moet stemmen. Ik leg via mijn gedachtegangen in de verschillende verhalen wel verantwoordelijkheid af voor mijn persoonlijke keuze op 15 maart en geef tot slot met liefde drie belangrijke tips om in twaalf dagen tijd tot jouw politieke stem te komen.

Stem niet strategisch

Voor alle duidelijkheid: dit zijn Tweede Kamerverkiezingen, waarin alle Nederlandse stemgerechtigden op politici stemmen in de hoop dat de gekozene volksvertegenwoordigers in de komende vier jaar het geluid laten horen dat het dichtst bij hun kiezers staat.  Dat heet representatieve democratie. Door de overvloedige media-aandacht op het premierschap, verdwijnt deze representatieve functie van de verkiezingen naar de achtergrond. Wij kiezen geen president of bondskanselier en koning(in) word je, zoals bijvoorbeeld Prins Bernhard, door strategisch te zijn in je trouwplannen. Zeker nu verschillende partijen de PVV als regeringspartner bij voorbaat uitsluiten, hoeft het absoluut niet zo te zijn dat de grootste partij de premier levert en gaat regeren. De premier moet net als alle andere ministers uit het kabinet zeer veel consessies doen en misschien wel op verschillende thema’s elke keer nieuwe gelegenheidscoalities sluiten. Wie er uiteindelijk premier wordt maakt voor het gezicht en de vorm misschien uit, maar doet er voor de inhoud weinig toe. Universitair docent Sociologie Niels Spierings legt aan de hand van drie verschillende scenario’s heel scherp uit waarom het tevens idioot is om op een partij of politicus te stemmen in de hoop er een andere partij mee dwars te zitten. Samsom beloofde met een stem op de PvdA het Rechtse Rotbeleid uit het torentje te houden en Rutte waarschuwde dat het Rode Gevaar van links kon worden tegengegaan met een stem op de VVD. Resultaat? Twee voor de prijs van één. Focus dus niet op je politieke aartsrivalen of op het kiezen van een premier, maar op een partij die jouw gedachtegoed of maatschappelijke thema’s het beste representeert. Spierings concludeert treffend dat de strategische kiezer bij deze verkiezingen in alle opzichten zal verliezen.

Leun niet te veel op stemwijzers

Snel even tussen neus en lippen door De Stemwijzer invullen en de partij kiezen die het hoogste op het lijstje verschijnt – da’s wel zo makkelijk. Maar de meest gebruikte stemwijzer is veel te zwart-wit om een goed beeld van jouw politieke kleur te geven. Misschien vind je niet per sé dat de AOW-leeftijd op 65 jaar moet blijven (vraag 10), maar gun je mensen die zware fysieke arbeid hebben verricht na 40 jaar werken wel een pensioen. Misschien gun je ZZP’ers meer zekerheid en betere arbeidsvoorwaarden (vraag 11), maar vind je niet dat dat verplicht gesteld moet worden. Misschien wil je niet meer geld naar ontwikkelingslanden (vraag 29), maar dat het geld beter terecht komt bij de hulpbehoevenden. Misschien wil je een ánder Europese Unie (vraag 30), in plaats van dat je pro of anti bent. Met het versimpeld kiezen tussen ‘voor’, ‘tegen’, ‘ja’ of ‘nee’ word je zelden veel wijzer als het om complete partijprogramma’s gaat. Wil je toch graag een stemwijzer invullen? Doe dan de persoonlijke stemwijzer, waar je jouw standpunten aan de hand van verschillende thema’s en stemgedrag van de partijen kunt testen. Dan krijg je in ieder geval goed inzicht hoe de thema’s die jij belangrijk vindt door de verschillende politieke partijen in daden (lees: stemmingen over moties en wetten) worden gepresenteerd.

Inhoud boven vorm

Myrthe Hilkens laat in haar televisieprogramma What the Hague? zien hoe makkelijk wij als kiezer via allerlei mogelijke kanalen te beïnvloeden zijn. In tegenstelling tot rationaliteit of zorgvuldige afwegingen, spelen beeld en emoties daarin een hoofdrol. Politicologica doet eenzelfde poging door ons inzicht te geven in “hoe politieke partijen spinnen, framen, omgaan met blunders, verwijten en imagoproblemen“. Het is geen geheim dat vooral grote politieke partijen professionele persvoorlichters of spindoctors aanstellen om imagoschade weg te poetsen, speeches te beïnvloeden of retorische trucs voor debatten aan te leren. De kleinste dingen kunnen het verschil maken. Kleur van de stropdas, non-verbale houding of slechts één zinnetje, een voorgekookte one-liner, die door alle media makkelijk over te nemen is. Hoe wapen je je daar als kiezer tegen? Krantenartikels verkiezen om commerciële redenen vaak voor attractieve vorm, in plaats van informatieve inhoud. Lees dus voornamelijk uit primaire bronnen, zoals verkiezingsprogramma’s of partijbeginselen, en beoordeel of de woorden van de partij grotendeels kloppen met de daden van de politici. Daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben, dat kan je intuïtief vaak goed beoordelen. Kijk TV-debatten zeer kritisch of kijk ze niet. Er is vlak voor de verkiezingen grote verleiding om met cijfers te goochelen of cadeautjes uit te delen en op TV gaat bovendien vrijwel alles over beeldvorming. Niet voor niets worden politici in debatten na afloop beoordeeld op hun stijl of hun geloofwaardigheid en kunnen fouten eindeloos worden uitvergroot. Zo wordt de beste acteur de belangrijkste politicus. Begrijp me niet verkeerd: stijl, geloofwaardigheid en blunders zijn belangrijk, maar het is schijnheilig om te stellen dat je dat aan de hand van een paar debatten voor de verkiezingen kunt beoordelen. Poog politici te beoordelen op hun verhaal, hun visie over Nederland en hoe consistent ze in hun partijgedrag consequenties verbinden aan hun woorden. Of op z’n Rotterdams: lullen of poetsen?

En weet je het op 15 maart nog steeds niet? Dan kan je altijd nog Partij tegen de Burger stemmen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *