Wat is geld?

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik snap geen bal van ons financieel-monetaire systeem. Toen ik de quote van Henry Ford ooit tegenkwam, besefte ik dat het de hoogste tijd is om energie te steken in het begrijpen van ons geldstelsel. Mede daarom volg ik nu een vak aan de Universiteit van Amsterdam, om in ieder geval vanuit Financieel Geografisch perspectief een stap dichterbij een moeilijk grijpbare wereld te komen. Week één gaat over niets minder dan die cijfers waar wij dagelijks en onlosmakelijk mee verbonden zijn: geld. 

henry-ford-banking

Er kleeft iets eigenaardigs aan geld: je kan het niet eten, het heeft een intrinsieke waarde van nul en toch kan je er de mooiste, gekste en ingrijpendste dingen mee doen in onze samenleving. Geld als transactiemiddel zorgt er bij bezitsuitwisseling voor dat we elkaar niet om het minst of geringste de hersens hoeven in te slaan, maar vredig kunnen (onder)handelen. Aan de andere kant is geld een machtsmiddel van jewelste, waarbij zij die het kunnen scheppen of in overvloed bezitten een forse impact op de samenleving hebben. Je kan geld op allerlei wijzen definiëren, maar in onze samenleving gelden wezenlijk drie klassieke definities: geld als ruilmiddel tussen jou en bijvoorbeeld de bakker, als rekeneenheid of waardebepaling van een product of dienst, en geld als oppot- of spaarmiddel in een stinkende sok of op je bankrekening. Maar de definitie van geld hangt ook volledig af van eindeloos veel sociale, culturele en geografische factoren. Rutger Bregman schreef immers een jaar geleden over het eilandje Yap aan de andere kant van de wereld, afgezonderd gelegen in de Stille Oceaan, waar de inwo55882d5fec0cf6280388565ners grote stenen met een gat erin als monetaire waarde gebruiken. In onze gedachte is het volstrekt hilarisch om zulke onpraktische en waardeloze stukken rots te gebruiken als effectief ruilmiddel. Geld is in deze gesloten samenleving gestoeld op geloof en vertrouwen in het gegeven dat bepaalde stukken steen een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen. Dat geldt in onze samenleving net zo goed, want ook bij ons heeft geld geen waarde in zichzelf. Die waarde bepalen wij door onderlinge afspraken; een sociaal contract op basis van vertrouwen en beloften. Ons woord credit (krediet) stamt niet toevallig af van het Latijnse credere: geloven. In de Westerse traditie gelden de theorieën van de Duitse socioloog Max Weber en de Schotse econoom Adam Smith als een van de belangrijkste ideeën over hoe geld is ontstaan. Volgens Weber bestaat geld bij de gratie van een gereguleerd monetair systeem, dat noodzakelijkerwijs gemonopoliseerd is door de staat, die al dan niet ook een geweldsmonopolie achter de hand heeft. Geld is volgens Weber verbonden aan belangen en privileges van bepaalde maatschappelijke actoren en daarmee een bron van sociaal conflict. De economie geldt als de arena waar die ‘power struggle‘ wordt uitgespeeld. Smith beargumenteert dat geld slechts een neutraal en in toenemende mate universeel instrument is om transacties te versimpelen ten bate van iedereen. Hij is daarmee de geestesvader van de hiervoor besproken drie klassieke definities. Zijn theorie is in de periode na de Wereldoorlogen zó dominant geworden, dat het in ons onderwijs en in vrijwel alle economieboeken vaak wordt uitgelegd als dé verklaring hoe geld is ontstaan. Antropoloog David Graeber aan de London School of Economics legt in zijn boek ‘Schuld‘ uit dat voor die theorie geen enkel historisch bewijs bestaat. Ook de antropologe Caroline Humphrey stelt in haar essay dat er geen beschrijvingen van geldgeboorte uit ruilhandel in primitieve samenlevingen te vinden zijn. Jesse Frederik schrijft dat er echter wel voorbeelden in de geschiedenis te vinden zijn over het ontstaan van geld bij machte van een centrale autoriteit. In Mesopotamië, bijvoorbeeld, moest de bevolking offers brengen en vormen van belastingen betalen bij de centraal gelegen tempels. Die afdrachten gingen vaak in de vorm van graan of zilveren muntstukken. Op basis van historisch bewijs is Weber’s theorie over het ontstaan van geld dus veel aannemelijker. Maar wat is geld zoals wij dat anno 2016 kennen? Om een complexe werkelijkheid simpel samen te vatten: geld is schuld. Tegenwoordig bestaat naar schatting 97% van onze totale mondiale geldhoeveelheid uit schuld, dat voornamelijk gecreëerd is door commerciële banken in het kader van Fractional Reserve Banking. Centrale banken, zoals in het geval van de Verenigde Staten de Federal Reserve Bank of FED, brengen weliswaar cashgeld (US Dollars) in omloop, maar commerciële banken creëren vele malen meer geld door kredieten te verstrekken en daarvan slechts een fractie op hun balans te behouden als back-up.

Met andere woorden is geld een belofte om ergens in de toekomst (terug) te betalen. Zoals de grafiek laat zien is de totale geldhoeveelheid in Nederland sinds de jaren 80 verzevenvoudigd, waarbij het girale geld (schuld – cijfers bij een bank) exponentieel uitloopt op de hoeveelheid chartaal geld (cash – keiharde knaken). Dat klinkt als goed nieuws, want meer geld is meer beter. Echter is de reële economie, uitgedrukt in  Bruto Binnenlands Product (BBP), sindsdien ‘slechts’ verdubbeldgeld-schuld. Dat betekent dat de verhouding tussen de reële economie, waar arbeid tegenover geldaccumulatie staat, en de financiële sector volledig uit balans is geraakt. Bedenk dus dat indien we al onze schulden zouden aflossen er vrijwel geen geld meer overblijft in ons monetaire systeem. Dat is niet altijd zo geweest. Tot 1945 was geld direct gekoppeld aan de mondiale zilver- en later goudvoorraad als onderpand en tevens waardesymbool voor de in feite waardeloze munten en papieren die in omloop waren. Zo bleef de mondiale geldhoeveelheid relatief stabiel parallel lopen aan een natuurlijke hulpbron, die slechts in zeer kleine mate toenam. Daarna werden, in het kader van het Bretton Woods systeem, verschillende internationale valuta gekoppeld aan de Amerikaanse dollar, die op haar beurt weer verbonden was aan goud. Onder leiding van de Amerikaanse president Nixon is ook die goudstandaard in 1971 losgeknipt, waardoor ons huidige fiduciaire geldsysteem, beter bekend als fiat-geld, is ontstaan. Geld existeert nu dus niet langer op basis van een intrinsieke en stabiele (natuurlijke) waarde – zilver of goud -, maar bij de gratie van vertrouwen er producten en diensten mee te kunnen kopen – fiducie. Fiat is Latijn voor ‘laat het zo zijn‘ en precies dat is er sindsdien gebeurd: geld is, zoals ook in de grafiek is te zien, een eigen leven gaan leiden en niet alleen los komen te staan van de goudvoorraad maar ook van de reële economie. De theatergroep De Verleiders hebben dit onderwerp op een komische wijze bij het grote publiek gebracht met hun voorstelling Door de bank genomen. Hun volle zalen reageerden zo verbijsterd dat er een burgerinitiatief door ruim 110.ooo mensen werd ondertekend en ons geldstelsel nu, in opdracht van minister Dijsselbloem met steun via een motie 1 van de Tweede Kamer, door de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) wordt onderzocht. Want ook verreweg de meeste van onze politici bleken, net als ik, geen flauw benul te hebben van ons financiële bestel.

Dus: wat is geld? Geld is een fysiek of digitaal middel dat zijn waarde ontleend aan een bepaald (dominant) maatschappelijk idee en onderlinge sociaal geconstrueerde afspraken. We gebruiken het, met name in de vorm van schuld, om allerlei positieve en negatieve zaken in onze samenleving te verwezenlijken, waarbij zij die geld creëren en accumuleren de grootste stempel kunnen drukken. Geld is dus bovenal (bedoeld als) een middel en geen doel dat alle middelen heiligt. En misschien wel het allerbelangrijkste van dit alles: het concept van geld en de rol in onze samenleving is te belangrijk om niet te willen begrijpen en in handen van een klein groepje mensen over te laten.

Notes:

  1. Alle partijen in de Tweede Kamer, behalve de VVD en drie eenmansfracties, stemden voor deze motie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *