Zuidoost-Azië op z’n einde

Ave!

Dachten jullie dat ik eindelijk opgehouden was met verslagen schrijven, komt er toch weer een e-mail binnen dat ik nog online actief ben… En om het nog erger te maken: het verslag is extra lang geworden. Dus, trek er een weekendje voor uit of ga lekker verder met het lezen van de krant.

Als laatst was ik gebleven bij het paradijselijke Koh Rong. We hebben Linda, Thijs en Pieter daar gedag gezegd en gingen, via de bijzondere Killing Fields in de Cambodjaanse hoofdstad, verder richting Siem Reap in het noordwesten. De bus had pannen en dan heb je natuurlijk twee opties: óf je gaat paniekerig 43 rondjes om de bus rennen, óf je gaat in het licht van de koplampen een kaartspelletje spelen. Midden op de snelweg, ja. Met locals die lachend om je heen komen staan, meteen handig als vangrail (flauw). We hebben nabij Siem Reap (ja, we zijn aangekomen) de wereldberoemde tempels van Ankor met z’n vieren per fiets (!) bekeken. Om van de beroemdste tempel in het park, Ankor Wat, even een beeld te geven: Chinezen en Koreanen lopen met hun giga fototoestellen als parasieten door elkaar en dringen in de benauwende hitte overal tussen om zoveel mogelijk foto’s van stukjes oude muur te maken. Nee, sorry. Niet mijn ding. Het park zelf met de overige kleinere tempels was echter erg indrukwekkend. We gingen, nog steeds met Zino en Thomas, op goed geluk verder naar het onrustige Bangkok. Raar is wel dat je 4 nachten onbezorgd schaapjes ligt te tellen in je bed en je dan vanuit Nederland te horen krijgt dat er letterlijk een paar honderd meter verderop een razzia gehouden is. Hoe dan ook zijn we zonder kleerscheuren uit Bangkok gekomen, de pijngrens verleggende ‘massage’ in een lokale salon niet meegerekend. Thoom en ik waren al lang blij dat we nog konden lopen. Het was nu eindelijk tijd voor de meeting met de 5 dames. Nou ja, 5… Onze verdwaalde en vertraagde Pam was in de Mount Everest blijven steken en stond een dag later om half vijf ‘s nachts voor de deur.
Een super weekje gehad in een, voor Thaise standaarden, veel te luxe villawijk met alleen maar gepensioneerde Europeanen.
We hebben daarna Joy en Brecht met pijn in t hart gedag gezegd en zijn met z’n zevenen naar het eiland Koh Tao gegaan om te leren hoe je onder water moet ademen met een fles op je rug. Het duiken staat bij mij hoog in het lijstje van beste persoonlijke investeringen ooit. Het onderwaterleven is een totaal andere wereld. Ik hoorde eindelijk eens mezelf niet praten (ook wel eens lekker) en je valt van de ene openbaring in de andere. De vele soorten vissen die om je heen cirkelen en het zweven onder water geven een enorm vrij gevoel. Afijn, de duikers onder ons weten waar ik t over heb. Alle vier – Manon, Thomas, Bram en ik – hebben we ons diploma (PADI Open Water tot 18 meter diepte) met verve gehaald (hoera!).
Toen we op de terugreis daarna op de boot zaten, liepen we, alsof het doodnormaal is, nog ‘even’ Julia en Sebas, uit respectievelijk Alkmaar en Bergen, tegen het lijf. Een kleine wereld hoor, die van de Backpackers.
Na een geslaagde ‘Halfmoon-party’ op een eilandje verderop was het weer tijd voor een nieuw land.
Samen met Thomas gingen we verder om langs de westkust van Maleisië verder naar het zuiden te reizen. Meteen al bij de grens viel het op hoe vriendelijk de mensen zijn en achteraf gezien, blijkt dit voor veel Maleisiërs te gelden. Een over het algemeen vriendelijk en hartelijk volk. En ze kunnen koken. Wat was dat een mooie binnenkomer in Penang, toen we na een hele dag reizen meteen een goede slaapplek vonden bij een bejaarde man met nog maar drie tanden en heerlijk te eten kregen bij de Indiër om de hoek. We hebben in de centraal gelegen Cameron Highlands een tour gedaan door de theeplantages en hebben daarna in Kuala Lumpur de Petronas-towers -ooit de hoogste ter wereld- bezocht. Melakka, een oude havenstad met onder andere Nederlandse en Britse koloniale geschiedenis, was de laatste Maleisische stop. Daarna konden we ons op gaan maken voor de grensovergang naar Singapore. En dat is best spannend als je een Nederlands paspoort (internationaal ook wel: wietpas) bij je draagt…

Singapore. Tja, daar kun je wel een paar boeken over schrijven…
Het land waar je niet hoeft te vrezen of je van drugs dood gaat, maar het gewoon zeker weet. Het land waar kauwgom verboden is om mee te nemen en waar je omgerekend €350.- boete krijgt als je eet of drinkt in de metro. Je hebt nog net geen verplichte ademzones en ook toiletteren is ‘gewoon’ legaal. Je moet wel blijven lachen, want je wordt overal gefilmd. Bram heeft voor de grap in een restaurant eens de camera’s geteld en is maar gestopt bij 15, om te voorkomen dat z’n koffie koud zou worden. Het is desalniettemin een erg interessante stad, die je – letterlijk en figuurlijk iets heel nieuws laat zien. Er is veel aan kunst en cultuur, de stad is relatief schoon en de treinen rijden hier wél op tijd. Ik stel daarom voor om een volgend congres van de NS in Singapore te houden, in plaats van te lunchen in Egmond-binnen. Kost wat, maar dan heb je ook wat.
We zijn wonder boven wonder zonder boetes het land uitgekomen en, na opnieuw een heerlijke vlucht, veilig in Melbourne aangekomen.

We hebben een prachtige tijd gehad in Zuidoost-Azië, bijzondere ervaringen opgedaan en voornamelijk erg leuke en boeiende mensen ontmoet. Toch moet ik eerlijk zijn en bekennen dat ik enorm blij ben dat we nu met een geweldige camper in Australië rondrijden. Het blijft een persoonlijke kwestie van gevoel, maar simpel gezegd zijn het de inwoners en hun cultuur die een land voor mij uiteindelijk speciaal maken. En Australië voelt wat dat betreft beter aan. Ik ben blij dat ik dit deel van Azië op deze manier heb leren kennen en sluit die reis dan ook voldaan af. Op naar een nieuw avontuur, waar we inmiddels alweer aan zijn begonnen: Down Under, Australia!

Oja, de groetjes van de kangoeroes!

Bram en Vin